Leesstof uit de praktijk

Begrijp wat er speelt, voor je een afspraak maakt.

Korte uitleg over klachten, patronen en hoe cognitieve gedragstherapie daarmee werkt. Dit is leesstof, geen diagnose en geen vervanging van een intake.

25 stukken

Emotieregulatie

Fawning: waarom pleasen soms voelt als overleven

Pleasen voelt veilig, en het put je uit. Wat fawning is, welke gedachten het voeden, en hoe je weer nee kunt zeggen.

Lees het stuk

Kennisbank · Emotieregulatie

Fawning: waarom pleasen soms voelt als overleven

Pleasen voelt veilig, en het put je uit. Wat fawning is, welke gedachten het voeden, en hoe je weer nee kunt zeggen.

Dit stuk legt uit. Het stelt geen diagnose en het vervangt geen intake.

In de cognitieve gedragstherapie komen we het vaak tegen: mensen die automatisch goedkeuring zoeken, conflicten vermijden en zich voortdurend aanpassen aan anderen. Dit gedrag wordt ook wel fawning genoemd – een stressreactie waarbij je je eigen grenzen opoffert om veiligheid te creëren via acceptatie van de ander.

Op korte termijn kan fawning effectief lijken. Het voorkomt spanning of afwijzing. Maar op de lange termijn betaal je een hoge prijs: uitputting, verlies van zelfrespect en steeds verder afglijden in patronen die je autonomie ondermijnen.

Een herkenbaar voorbeeld

Je zit samen met wat vrienden te praten en plots krijg je de vraag: “Kun jij de volgende bbq organiseren bij jou thuis?” Je voelt je overvallen. In plaats van tijd te nemen of aan te geven dat je nog moet overleggen, hoor je jezelf zeggen dat je je agenda wel ‘even’ zult herschikken. Zelfs al weet je: ik heb het eigenlijk te druk, ik heb niet genoeg plaats voor zoveel volk, mijn partner heeft dit eigenlijk niet graag….

Waarom zeg je geen nee?

Niet omdat je niet wil. Maar omdat je systeem op dat moment ‘veiligheid’ belangrijker vindt dan authenticiteit.

Fawning is geen rationele keuze, maar een automatische overlevingsstrategie

Wat is fawning precies?

Fawning is een stressrespons, net als fight, flight of freeze. Je kiest geen strijd (fight), je vlucht niet (flight), je bevriest niet (freeze), maar je past je onmiddellijk aan. Je richt je volledig op de ander: hoe houd ik deze persoon tevreden? Hoe voorkom ik conflict of afwijzing?

De Amerikaanse therapeut Pete Walker introduceerde de term in 2013 in de context van complex trauma. Mensen met een fawn-respons hebben vaak geleerd dat het uiten van hun eigen behoeften onveilig was. Ze overleefden – emotioneel of sociaal – door zich aan te passen.

Cognitieve signalen van fawning

Vanuit CGT kijken we naar de automatische gedachten en onderliggende schema’s die dit gedrag voeden. Veelvoorkomende overtuigingen zijn:

  • “Als ik nee zeg, vinden ze me egoïstisch.”

  • “Mijn gevoelens doen er niet toe zolang de ander tevreden is.”

  • “Ik moet aardig gevonden worden, anders ben ik niet oké.”

Deze gedachten sturen gedrag aan als:

  • Overmatig sorry zeggen

  • Steeds aftasten wat de ander wil horen

  • Conflicten vermijden ten koste van jezelf

  • Hyperalert zijn op andermans emoties, terwijl je die van jezelf negeert

Wat kun je doen?

Het doorbreken van fawning vraagt oefening, maar het is mogelijk. In CGT starten we met bewustwording van het patroon: wanneer gebeurt het, welke gedachten spelen op, wat voel je in je lichaam?

Vervolgens leer je:

  1. Herkennen van triggers – in welke situaties voel jij de drang om je aan te passen?

  2. Uitdagen van gedachten – klopt het echt dat je afgewezen wordt als je je grenzen aangeeft?

  3. Assertieve communicatie – stap voor stap leren om ‘nee’ te zeggen zonder schuldgevoel.

  4. Herwaarderen van je eigen behoeften – oefenen in zelfvalidatie: jouw gevoelens doen ertoe.

Tot slot

Fawning is aangeleerd gedrag. En alles wat je hebt geleerd, kun je ook weer afleren of herschrijven. Met de juiste begeleiding leer je opnieuw ruimte te geven aan jezelf, zónder de verbinding met anderen te verliezen.

Wil je oefenen in nee zeggen of wil je jezelf minder laten leiden door wat anderen van je vinden? Dan is dit precies waar CGT je in kan ondersteunen.

Kennisbank · Existentieel

Wat is de zin van het leven?

Een existentiële vraag, bekeken vanuit therapie: zelfcreatie, betrokkenheid, en wat je doet met wat je overkomt.

Dit stuk legt uit. Het stelt geen diagnose en het vervangt geen intake.

“Wat is de zin van het leven?” is een van de meest fundamentele en diepgaande vragen die mensen zich kunnen stellen.

Existentiële psychotherapie richt zich op de existentiële vragen en uitdagingen van het leven. Het gaat over de dood, over eenzaamheid en verlies. Over de grote levensvragen ‘wie ben ik?’ – ‘hoe word ik gelukkig?’

Existentiële filosofen en denkers zoals Jean-Paul Sartre, Albert Camus en Friedrich Nietzsche stellen dat het leven op zichzelf zinloos is. Er een fundamentele tegenstelling tussen het verlangen van mensen naar betekenis en de betekenisloze, chaotische wereld waarin wij leven. Dit leidt tot de erkenning van het “absurde”, het besef dat het leven geen vooraf bepaalde betekenis of doel heeft.

Jean-Paul Sartre stelt dat mensen radicaal vrij zijn en volledig verantwoordelijk voor het creëren van hun eigen betekenis en waarden. Dit concept staat bekend als “existentiële vrijheid”. Omdat er geen vooraf bepaalde essentie of doel is, hebben wij de vrijheid om onze eigen essentie te creëren door onze keuzes en acties.

Kennisbank · Cognitieve gedragstherapie

Integratieve therapie: lichaam en geest samen

Hoe leefstijl, gedrag en therapie samenkomen: het biopsychosociale model, motivatie en oefenen in het echte leven.

Dit stuk legt uit. Het stelt geen diagnose en het vervangt geen intake.

Waarom een gezonde geest en een gezond lichaam bij elkaar horen, staat in Een gezonde geest in een gezond lichaam.

Naast de bewustwording dat lichamelijk en geestelijk welzijn samengaan hebben mensen steeds meer de wil om zelf actief bij te dragen aan hun genezingsproces. Ze rekenen niet alleen op medicatie maar ook op hun zelf-herstellend vermogen om beter te worden en gezond te blijven.

Met Integrative Medicine/Integratieve Geneeskunde wordt een visie beschreven waarbij arts/behandelaar en patiënt gelijkwaardig zijn, de patiënt/cliënt centraal staat, de mens als geheel wordt gezien en er een keuze gemaakt kan worden uit alle beschikbare therapeutische mogelijkheden waarvoor wetenschappelijke onderbouwing bestaat, in de zin van aanwijzingen voor de effectiviteit en bewijs van veiligheid.

Als Integratief Psychotherapeut is het niet verwonderlijk dat ik mij achter Integratieve Therapie en Integrale Geneeskunde schaar.

Echte gezondheid gaat niet alleen over de behandeling van ziekten, maar ook over het creëren van een levensstijl die ziekte voorkomt en welzijn bevordert; dit is de essentie van Integratieve Therapie.

Joris Vivijs –

Vroeger had de scheiding tussen lichaam en geest een praktisch nut. Het stelde wetenschappers in staat om het menselijk lichaam te onderzoeken zonder inmenging van de kerk, die de geest als haar domein beschouwde. Maar uit onderzoek weten we dat lichaam en geest continu met elkaar in wisselwerking staan, een interactie die een significante invloed heeft op onze gezondheid. In mijn blog mens sana in corpore sano leg ik het belang uit van een gezonde geest in een gezond lichaam.

Leefstijlgeneeskunde

Chronische aandoeningen zijn de oorzaak van 70% van de sterfgevallen wereldwijd. Aanpassingen in levensstijl, gericht op gezonder gedrag, spelen een essentiële rol in zowel preventie als behandeling van chronische ziektes. Leefstijlgeneeskunde focust op het veranderen van beïnvloedbare risicofactoren door acties die gezond gedrag op een positieve en blijvende manier stimuleren. Therapietrouw is hierbij een cruciale en beïnvloedbare factor voor het slagen van een behandeling.

Leefstijlgeneeskunde heeft traditioneel de neiging zich te richten op meer beïnvloedbare aspecten zoals roken, alcoholgebruik, fysieke activiteit en eetgewoonten. Echter, factoren zoals sociale context en omgeving zijn minstens zo belangrijk, maar wel complexer om te beïnvloeden. Veel mensen met chronische ziekten bevinden zich in minder gunstige sociale omstandigheden.

Er is ook een toenemende zorg over de infiltratie van pseudowetenschap en commerciële belangen in de leefstijlgeneeskunde. Dit manifesteert zich in de vorm van allerlei cursussen, boeken, niet-bewezen behandelingen, dure supplementen enzovoort. Belangrijk is dat leefstijlgeneeskunde een medisch veld blijft, waarbij medische evaluatie essentieel en noodzakelijk is.

Je huisarts is en blijft de hoeksteen van leefstijlgeneeskunde. Naast het ‘klassieke’ onderzoek en eventueel voorschrijven van medicatie gaat je huisarts ook kijken naar andere aspecten van je leven. Bedoeling is om met kleine aanpassingen in je (levens)gewoonten je gezonder en fitter te maken.
Om deze (gedrags)veranderingen duurzaam te maken is (gedrags)therapie onontbeerlijk.

BioPsychoSociaal Model

Het BioPsychoSociaal model is een holistische benadering om gezondheid en ziekte te begrijpen. Dit model werd in de jaren ’70 geïntroduceerd door Dr. George Engel als een uitbreiding op het traditionele biomedische model. Het is met name effectief in het begrijpen en behandelen van chronische ziekten, geestelijke gezondheidsproblemen en situaties waarin meerdere factoren de gezondheid beïnvloeden.

  1. Biologische Factoren:
    • Dit zijn de fysieke of biologische aspecten die van invloed zijn op je gezondheid. Zoals genetische factoren, infecties, blessures of lichamelijke ziekten. In het BioPsychoSociaal model wordt erkend dat je fysiologische toestand een belangrijke rol speelt in je algehele welzijn.
  2. Psychologische Factoren:
    • Deze factoren omvatten alle aspecten van je psychische gezondheid en emotioneel welbevinden. Het gaat om cognities, emoties, persoonlijkheidskenmerken en gedragingen. Angst, depressie, stress, copingstijlen en zelfbeeld zijn enkele voorbeelden van psychologische factoren die je gezondheid beïnvloeden.
  3. Sociale Factoren:
    • Sociale en omgevingsfactoren spelen een cruciale rol in dit model. Dit kan variëren van gezinsdynamiek, sociale steun en gemeenschapsnetwerken tot bredere factoren zoals culturele normen, sociaaleconomische status, en toegang tot gezondheidszorg. Sociale factoren kunnen zowel direct als indirect een impact hebben op je gezondheid.

Het BioPsychoSociaal model legt uit hoe deze drie factoren met elkaar verbonden zijn en hoe ze elkaar beïnvloeden. Het benadrukt ook het belang van een gepersonaliseerde behandeling die rekening houdt met de unieke combinatie van deze factoren bij elke persoon.

Het COM-G Model van Gedragsverandering

Een model dat heel mooi past binnen het belang van de context is het COM-G model: Dit model gaat ervan uit dat er drie componenten zijn die maken dat iemand gezondheidsgedrag gaat stellen. Capaciteit, Omgeving en Motivatie.

  1. Capaciteit = psychologische en fysieke capaciteit die je bezit om gezondheidsgedrag te gaan stellen.
    • Bij de fysieke capaciteit gaat het om je lichamelijke vaardigheden of eventuele handicaps (bv slecht zien, rolstoelgebruiker…)
    • Bij de psychologische capaciteit gaat het om kennis en vaardigheden. Kortom alles wat je kunt leren of oefenen.
  2. Motivatie = bewuste motivatie (vb. stoppen met roken, zodat ik geen kanker krijg), maar ook een automatische motivatie (vb. craving, maakt het juist moeilijker om te stoppen met roken)
  3. Omgeving = factoren in je omgeving die een invloed kunnen hebben op het stellen van gezondheidsgedrag, onderscheid tussen:
    • Fysieke omgeving: heb je nicotinepleisters bij? Is er een rookvrije ruimte?
    • Sociale omgeving: als meerdere vrienden ook stoppen met roken, is het makkelijker om vol te houden

1. Motiverende gespreksvoering

Motiverende gespreksvoering is een cliëntgerichte, directieve gesprekstechniek ontwikkeld door Miller en Rollnick. Deze methode is gericht op het verkennen en oplossen van ambivalentie en het stimuleren van intrinsieke motivatie om gedrag te veranderen. Motiverende gespreksvoering is bijzonder effectief in het aanpakken van verandering in gedragingen die gerelateerd zijn aan gezondheid en verslavingen. De kern van MG is dat de motivatie voor verandering vanuit jezelf moet komen, niet van externe bronnen.

Motiverende Gespreksvoering past goed binnen het kader van het COM-G model.

  1. Capaciteit: Ik help je om je psychologische vaardigheden te verbeteren, zoals zelfreflectie en zelfbewustzijn. Dit is cruciaal voor het maken van bewuste keuzes en het veranderen van je gedrag. Door samen te werken, versterken we jouw vermogen om je eigen gedrag te begrijpen en te beïnvloeden.
  2. Omgeving: Hoewel motiverende gespreksvoering zich vooral richt op jouw interne wereld, helpt het ook bij het creëren van een ondersteunende omgeving rondom jou. In onze sessies bied ik een veilige en begripvolle ruimte waar je je gevoelens en twijfels kunt uiten. Dit kan jouw sociale steun vergroten en je helpen om positieve veranderingen in je leven aan te brengen.
  3. Motivatie: Dit is waar motiverende gespreksvoering echt het verschil maakt. Mijn doel is om jou te helpen je intrinsieke motivatie te vinden en te cultiveren. We verkennen samen de redenen waarom je wilt veranderen en kijken naar de voordelen die deze veranderingen kunnen brengen. Tegelijkertijd erkennen we de uitdagingen en werken we aan het overwinnen van eventuele ambivalentie die je voelt.

2. Functional Imagery Training (FIT)

Functional Imagery Training (FIT).

Functional Imagery Training (FIT) is een relatief nieuwe psychologische techniek die gebruikmaakt van gecontroleerde visualisatie om gedragsverandering te ondersteunen en te bevorderen. Het is ontwikkeld door onderzoekers Prof. Jon May en Dr. Jackie Andrade als een uitbreiding van motiverende gespreksvoering. FIT combineert motiverende technieken met mentale beeldvorming, een proces waarbij je jezelf in gedachten een scenario of reeks acties voorstelt.

Gebruikers hebben FIT beschreven als een ‘mentaliteitsverandering’, waarbij ze gingen bewegen of gezond gingen eten omdat ze dat wilden, in plaats van het gevoel te hebben dat ze dat moesten.

Hoe FIT Werkt

  1. Rijke Visualisatie: FIT moedigt je aan om gedetailleerde, levendige en multisensoriële beelden te creëren van jezelf die een gewenst gedrag uitvoeren en de voordelen ervaren van het maken van die verandering. Bijvoorbeeld, als je wilt afvallen, stel je jezelf voor dat je gezond eet en geniet van lichaamsbeweging.
  2. Positieve Emoties: Door deze positieve beelden te koppelen aan aangename emoties, versterkt FIT de motivatie en het zelfvertrouwen om de gewenste veranderingen door te voeren.
  3. Praktische Planning: Naast visualisatie helpt FIT je om praktische strategieën en plannen te ontwikkelen voor het overwinnen van obstakels en het realiseren van je doelen.

Gebruik van FIT

FIT kan worden gebruikt voor een breed scala aan doeleinden, waaronder:

  1. Gewichtsverlies en Gezond Eten: FIT helpt je om een positief en aantrekkelijk beeld te vormen van gezonder eten en actiever zijn, wat kan bijdragen aan gewichtsverlies.
  2. Sportprestaties en Fitness: Atleten en sporters kunnen FIT gebruiken om zich mentaal voor te bereiden op wedstrijden, hun techniek te verbeteren, en gemotiveerd te blijven in hun training.
  3. Stoppen met Roken en Andere Verslavingen: FIT kan effectief zijn bij het helpen overwinnen van verslavingen door het creëren van sterke, positieve beelden van een leven vrij van de verslaving.
  4. Stressmanagement en Mentale Gezondheid: FIT kan helpen bij het verminderen van stress en angst door visualisatie van ontspanningstechnieken en positieve uitkomsten.
  5. Persoonlijke Ontwikkeling en Doelstelling: Of het nu gaat om carrière-ambities of persoonlijke groei, FIT kan worden ingezet om heldere en motiverende beelden te creëren die richting en inspiratie bieden.

FIT is bijzonder krachtig omdat het niet alleen gaat om het visualiseren van het eindresultaat, maar ook om het proces om daar te komen, inclusief het overwinnen van uitdagingen.

Kennisbank · Cognitieve gedragstherapie

Een gezonde geest in een gezond lichaam

Waar de uitspraak vandaan komt, en hoe slaap, beweging en mentale gezondheid op elkaar inwerken.

Dit stuk legt uit. Het stelt geen diagnose en het vervangt geen intake.

Hoe je dat in een traject aanpakt, lees je bij integratieve therapie.

“Mens Sana in Corpore Sano” – een Latijnse uitdrukking die letterlijk vertaald wordt als “Een gezonde geest in een gezond lichaam” is een vaak aangehaald citaat uit de Satire X van de Romeinse dichter Juvenalis.

In onze hedendaagse, snelle wereld, waar stress en druk alomtegenwoordig zijn, wordt het steeds belangrijker om aandacht te besteden aan zowel onze mentale als onze fysieke gezondheid. Hoewel we vaak geneigd zijn deze twee aspecten van ons welzijn te scheiden, zijn ze in werkelijkheid onlosmakelijk met elkaar verbonden. De gezondheid van onze geest heeft invloed op ons lichaam, en omgekeerd, heeft de staat van ons lichaam invloed op ons mentale welzijn.

Mens sana in corpore sano herinnert ons eraan dat onze fysieke en mentale gezondheid onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn, en dat het zorgen voor beide aspecten van ons welzijn ons helpt om een gelukkiger, gezonder en evenwichtiger leven te leiden.

Joris Vivijs –

De oorsprong van de uitdrukking “Mens sana in corpore sano”

Zoals gezegd vindt de bekende Latijnse uitdrukking zijn oorsprong in de werken van de Romeinse dichter Juvenalis. De zin werd bedoeld als een pleidooi voor de basisbehoeften van het menselijk leven, waarbij Juvenalis stelde dat men zich zou moeten richten op geestelijke en lichamelijke gezondheid in plaats van op materiële rijkdom of politieke macht.

Door de eeuwen heen is de betekenis van “Mens Sana in Corpore Sano” geëvolueerd en aangepast aan verschillende culturele en historische contexten.

In de middeleeuwen lag de nadruk op de morele en spirituele aspecten van ‘geestelijke gezondheid’. Het lichaam werd gezien als een tijdelijke houder voor de ziel, en de nadruk lag op het onderhouden van spirituele zuiverheid.
In de Renaissance kreeg het concept een nieuwe dimensie. Hier werd de balans tussen lichaam en geest benadrukt als een manier om het volledige menselijke potentieel te bereiken.
In de huidige context wordt het vaak gezien in het kader van holistische gezondheid, waarbij gelijke waarde wordt toegekend aan zowel mentale als fysieke gezondheid. Deze visie benadrukt het belang van een evenwichtige levensstijl, waarbij fysieke oefening, goede voeding, mentale rust en emotioneel welzijn allemaal als essentiële componenten worden beschouwd voor een gezond en vervuld leven.

Maar de kernboodschap is steeds. Het belang van het harmoniseren van onze mentale en fysieke gezondheid.

Smart Tech just keeps getting Smarter.

Het belang van Mentale Gezondheid

Mentale gezondheid omvat veel meer dan alleen de afwezigheid van mentale stoornissen of aandoeningen. Het gaat om een toestand van welzijn waarin je je eigen potentieel realiseert, je om kan gaan met de normale stressoren van het leven, productief en vruchtbaar kan werken, en in staat bent een zinvolle bijdrage te leveren aan de maatschappij. Kortom, het is je emotionele, psychologische en sociale welbevinden.

Een goede mentale gezondheid stelt je in staat je gedachten, emoties en gedrag te begrijpen en te reguleren en speelt een cruciale rol in de kwaliteit van je dagelijkse leven.
Het beïnvloedt hoe je denkt, voelt, en handelt in verschillende situaties. Een goede mentale gezondheid helpt je betere beslissingen te nemen en stelt je in staat om effectief om te gaan met veranderingen en uitdagingen.
Aan de andere kant kan een slechte mentale gezondheid problemen veroorzaken in relaties, werkprestaties verminderen en zelfs invloed hebben op je lichamelijke gezondheid.

Het belang van Fysieke Gezondheid

Fysieke gezondheid gaat over veel meer dan alleen het ‘niet ziek zijn‘. Het omvat een breed scala aan aspecten, waaronder voldoende lichaamsbeweging, goede voeding, voldoende slaap, en het beheersen van stress. Het houdt ook in dat je actief stappen onderneemt om ziekten te voorkomen en je lichaam te onderhouden, zodat het op zijn best kan functioneren.

De relatie tussen fysieke activiteit en mentaal welzijn is een onderwerp van veel wetenschappelijk onderzoek. Regelmatige lichaamsbeweging heeft een positieve invloed op je mentale gezondheid. Het vermindert stress, angst en depressieve gevoelens, terwijl het tegelijkertijd je zelfbeeld en algemene levensgeluk verbetert. Beweging stimuleert de afgifte van endorfines, de ‘gelukshormonen’, of je natuurlijke stemming-boosters. Daarnaast helpt fysieke activiteit ook bij het verbeteren van de slaapkwaliteit, wat op zijn beurt weer een positief effect heeft op je mentale gezondheid.

Interactie tussen lichaam en geest

Een sleutelbegrip in de wisselwerking tussen mentale en fysieke gezondheid is de ‘psychosomatische geneeskunde’, die onderzoekt hoe psychologische factoren het lichaam kunnen beïnvloeden en bijdragen aan ziekten of lichamelijke aandoeningen.

  1. Invloed van Lichamelijke Gezondheid op Mentale Gezondheid:
    • Mensen met chronische pijnklachten ervaren vaak depressieve symptomen of angst. De constante aanwezigheid van pijn kan leiden tot gevoelens van hopeloosheid of frustratie.
    • Obesitas of overgewicht kan leiden tot een laag zelfbeeld, sociale isolatie of depressie, vooral als het individu discriminatie of stigma ervaart.
  2. Invloed van Mentale Gezondheid op Lichamelijke Gezondheid:
    • Chronische stress of angststoornissen kunnen leiden tot hypertensie, gastro-intestinale stoornissen, en een verzwakt immuunsysteem.
    • Depressie en angst kunnen slaapproblemen veroorzaken, die op hun beurt weer kunnen leiden tot een reeks fysieke gezondheidsproblemen, zoals een verhoogd risico op hart- en vaatziekten.

Deze wisselwerking onderstreept het belang van een holistische benadering van gezondheid, waarbij zowel mentale als fysieke aspecten worden aangepakt.

Lees het verhaal: De Transformatie van Alex: Hardlopen als Therapie

Praktische tips en oefeningen

Hardlopen is een fantastische therapie.
  1. Mindful bewegingsoefeningen
    • Yoga: Combineer fysieke houdingen, ademhalingsoefeningen en meditatie in yoga. Dit verbetert je flexibiliteit, kracht en balans. Het helpt tegelijkertijd stress te verminderen en je mentale focus te verbeteren.
    • Tai Chi: Deze zachte vorm van beweging, bekend om zijn langzame en vloeiende bewegingen, brengt zowel je lichaam als geest tot rust.
  2. Aerobe oefeningen
    • Wandelen, Joggen of Fietsen: Regelmatige aerobe oefeningen zoals wandelen, joggen of fietsen zijn niet alleen goed voor jouw hart en longen, maar verbeteren ook je stemming door de afgifte van endorfine.
  3. Krachttraining
    • Lichaamsgewicht Oefeningen: Doe oefeningen zoals push-ups, sit-ups en squats om spierkracht op te bouwen en je algemene fysieke gezondheid te verbeteren.
  4. Ademhalingsoefeningen en Meditatie
    • Geleide Meditatie of Mindfulness Oefeningen: Deze technieken helpen bij het verminderen van stress en angst, en verbeteren je concentratie en mentale helderheid.
    • Diepe Ademhalingsoefeningen: Simpele ademhalingstechnieken zijn effectief in het verminderen van stress en het bevorderen van ontspanning.
  5. Dagelijkse routines en gewoontes
    • Gezonde Voedingsgewoonten: Eet een evenwichtig dieet rijk aan fruit, groenten, volkorenproducten en magere eiwitten.
    • Voldoende Slaap: Zorg voor 7-9 uur slaap per nacht om je lichamelijke en mentale energie te herstellen.
    • Tijd in de Natuur Doorbrengen: Breng regelmatig tijd door in de natuur om stress te verminderen en je stemming te verbeteren.
    • Dagboekschrijven of Reflectie: Neem tijd om na te denken over je dag en schrijf je gedachten en gevoelens op. Dit helpt bij het verwerken van emoties en het verkrijgen van helderheid.
    • Sociale Interactie: Onderhoud regelmatig contact met vrienden en familie voor emotionele ondersteuning en een gevoel van verbondenheid.

Krachttraining

Krachttraining wordt vaak vergeten maar is minstens zo belangrijk.

De positieve effecten van (duur)sporten zijn ondertussen wel bij iedereen bekend. Maar krachttraining is minstens zo belangrijk om je fysieke en mentale gezondheid te boosten.

Bij krachttraining denken we vaak aan bodybuilding of powerliften. Maar functionele krachttraining richt zich op het verbeteren van de kracht, balans en coördinatie die nodig zijn voor dagelijkse activiteiten en bewegingen. In tegenstelling tot traditionele krachttraining, die vaak gericht is op het isoleren van specifieke spiergroepen, legt functionele krachttraining de nadruk op bewegingen die verschillende spiergroepen tegelijkertijd aanspreken en die de natuurlijke bewegingspatronen van het lichaam nabootsen. Denk aan tillen, dragen, duwen, trekken, en buigen. Dit maakt de training meer toepasbaar op real-life situaties.

Voordelen van functionele krachttraining:

  1. Verbeterde Spierkracht en -massa: Krachttraining helpt bij het opbouwen van spiermassa en het versterken van spieren, wat essentieel is voor dagelijkse activiteiten en sportprestaties.
  2. Botgezondheid en Densiteit: Regelmatige krachttraining kan de botdichtheid verhogen en het risico op osteoporose verlagen, vooral belangrijk voor ouderen.
  3. Gewichtsbeheer: Krachttraining helpt bij gewichtsverlies of -beheer, omdat spieren in rust meer calorieën verbranden dan vet.
  4. Verbeterde Houding en Balans: Door het versterken van spieren helpt krachttraining bij het verbeteren van de houding en balans, wat het risico op vallen en blessures kan verminderen.
  5. Metabolische Gezondheid: Het draagt bij aan een betere insulinegevoeligheid, verminderde bloeddruk, en verbeterde cholesterolwaarden.
  6. Mentale Gezondheid: Krachttraining is gekoppeld aan verbeteringen in mentale gezondheid, waaronder vermindering van symptomen van depressie en angst.
  7. Verhoogde Energie en Uithoudingsvermogen: Regelmatige krachttraining verhoogt de algehele energieniveaus verhogen en verbetert het uithoudingsvermogen.
  8. Verbeterde Slaapkwaliteit: Mensen die aan krachttraining doen, melden vaak een verbeterde slaapkwaliteit en een verminderde neiging tot slapeloosheid.
  9. Verbetert de Functionaliteit in het Dagelijks Leven: Het verhoogt de kracht en flexibiliteit, wat helpt bij dagelijkse activiteiten zoals tillen, buigen en dragen.
  10. Verhoogde Zelfvertrouwen en Zelfbeeld: Veel mensen ervaren een verbetering in zelfvertrouwen en zelfbeeld als gevolg van verbeterde fysieke fitness en spierontwikkeling.

Je kan functionele krachttraining gewoon op jezelf oefenen in de fitness. Maar indien je geen ervaring hebt of helemaal niet sportief bent kan je best de hulp inschakelen van een personal coach.

Kennisbank · Rouw

Tien tips bij verlies van iemand dierbaar

Rouw heeft geen tijdschema. Tien handvatten voor de dagen waarop het gemis zwaar is.

Dit stuk legt uit. Het stelt geen diagnose en het vervangt geen intake.

Meer achtergrond over wat rouwen is, staat in Rouwen en omgaan met verlies.

Ben je geconfronteerd met het overlijden van een geliefde? Dan kom je nu in de moeilijke situatie van het moeten leren omgaan met het gemis en het rouwproces. Naast verdriet, kan rouwen ook gepaard gaan met verschillende andere emoties, zoals woede, ontkenning, shock, schuldgevoelens en depressie. Het kan zijn dat je jezelf afvraagt of het normaal is om nog steeds verdrietig of boos te zijn. Het kan ook zijn dat anderen vragen of je het verlies al hebt kunnen accepteren, maar je weet niet precies hoe je dat moet doen.

Rouwen en omgaan met de dood is een heel persoonlijk proces dat veel tijd en energie kan vergen. Door een onverwacht verlies kan je ontzet en verward zijn. Naast emoties zoals verdriet en eenzaamheid, kun je ook lichamelijke klachten ervaren, zoals problemen met concentratie, slapeloosheid, hoofdpijn, vermoeidheid of verlies van eetlust

Geen mens is zo aanwezig als de mens die wordt gemist.

onbekend

Het is niet vreemd om je af te vragen hoe je het verlies moet verwerken – of dat je je zorgen maakt of je wel ‘correct’ rouwt. Echter, er is geen universeel antwoord op de vraag ‘Hoe moet ik rouwen?’. Het rouwproces is voor iedereen verschillend. De een accepteert het verlies sneller dan verwacht, terwijl de ander dat als iets onmogelijks beschouwt. Voor de een blijven bepaalde dagen – zoals de verjaardag van de overledene – extra pijnlijk, terwijl de ander die dagen gebruikt als een mooie traditie om op de overledene te toasten. Iedereen heeft dus een unieke manier van rouwen. Ook de duur en intensiteit van het rouwproces varieert van persoon tot persoon (en van situatie tot situatie).

Hoe ‘moet’ je rouwen?

Als we kijken naar hoe mensen over het algemeen omgaan met verlies, zien we bepaalde thema’s die betrekking hebben op rouwverwerking. Het rouwproces omvat meestal de volgende vier zogenaamde ‘rouwtaken’:

  • Het accepteren van het verlies
  • Het ervaren van de pijn
  • Je aanpassen aan een leven zonder de overledene
  • Het verlies een plek geven

Idealiter doorloop je al deze rouwtaken, zodat het verlies je leven niet gaat overheersen. Maar dit geeft nog steeds geen exact antwoord op de vraag ‘Hoe moet je rouwen?’. Het is niet gezegd dat je deze rouwtaken allemaal zult ervaren of doorlopen. Zo kan het zijn dat je je snel kan aanpassen aan het ‘nieuwe’ leven, maar je nog lang worstelt met het accepteren van het verlies. Of je dacht dat je het verlies al een plek had gegeven, maar jaren later word je ineens weer overweldigd door verdriet. Het is belangrijk te beseffen dat je je niet direct zorgen hoeft te maken of je wel ‘goed’ rouwt. Alle emoties en gedachten mogen er zijn; het is allemaal onderdeel van het rouwproces.

Omgaan met verlies

Iedereen heeft andere behoeften. De een huilt wel, de ander niet, en niet iedereen heeft nood aan een gesprekspartner. Zolang je geen emoties onderdrukt en opkropt, is dit prima. Beschouw deze tips voor rouwverwerking dan ook als algemeen advies en neem mee wat voor jou van toepassing is.

  1. Geef ruimte aan je emoties: Het kan moeilijk zijn om jezelf kwetsbaar op te stellen en je emoties gewoon te laten zijn. Maar het hoort erbij. Huilen kan vaak opluchten – en is een signaal naar je omgeving dat je mogelijk behoefte hebt aan troost. Misschien ben je daar niet direct naar op zoek, maar het kan erg helpend zijn tijdens je rouwproces. Vooral het ervaren van de pijn is een van de rouwtaken waarmee je uiteindelijk sneller het verlies een plek kunt geven.
  2. Vraag om hulp: Het kan lastig zijn om anderen om hulp te vragen als je dat nodig hebt. Vooral als je omgeving dit niet uit zichzelf aanbiedt. Omdat ze misschien niet van jouw situatie weten, of niet weten hoe ze erover moeten beginnen. Voor anderen is het vaak moeilijk om in te schatten waar je behoefte aan hebt. Daarom is het zo belangrijk om hier open over te zijn. Omgaan met verlies en rouw hoef je niet alleen te doen. Als je durft om hulp te vragen, zul je merken dat er altijd mensen zijn die voor je klaarstaan Ook al is het misschien moeilijk om deze stap te zetten.
  3. Accepteer je eigen rouwproces: Iedereen rouwt op zijn eigen manier en in zijn eigen tempo. Misschien ben je boos of voel je je juist schuldig, terwijl anderen verdrietig of depressief zijn. Of misschien wil je helemaal niet praten over je gevoelens, terwijl anderen het juist fijn vinden om hun emoties te delen. Dit is allemaal OK. Het is belangrijk om te accepteren dat dit jouw manier is om met het verlies om te gaan.
  4. Zoek troost in herinneringen: Herinneringen aan de overledene kunnen troostend zijn. Het kan fijn zijn om foto’s te bekijken, muziek te luisteren die je aan hen doet denken, of verhalen te delen met anderen. Dit kan je helpen om je te verbinden met je gevoelens en het verlies een plek te geven.
  5. Zorg goed voor jezelf: Het is belangrijk om tijdens het rouwproces goed voor jezelf te zorgen. Dit betekent regelmatig eten, voldoende slapen, en een minimum aan lichaamsbeweging. Het kan verleidelijk zijn om jezelf te verwaarlozen tijdens deze moeilijke tijd, maar een gezonde levensstijl helpt om je beter te voelen en je te ondersteunen in het rouwproces.
  6. Blijf sociaal betrokken: Tijdens het rouwproces kan het verleidelijk zijn om jezelf af te zonderen. Hoewel het belangrijk is om jezelf tijd en ruimte te geven om te rouwen, is het belangrijk om contact te houden met anderen. Dit kunnen vrienden en familie zijn, maar ook praatgroepen of lotgenoten. Sociale interactie met je omgeving zorgt ervoor dat je uiteindelijk zal kunnen wennen aan het leven na het verlies.
  7. Zorg voor een eerbetoon aan de overledene: Dit kan een gedenkteken zijn, een fotocollage, een lied, of zelfs een herdenkingsdienst. Dit kan je helpen om je gevoelens uit te drukken en een gevoel van afsluiting te creëren.
  8. Schrijf je gevoelens op: Het kan helpen je gevoelens en gedachten op te schrijven om je emoties beter te begrijpen en te verwerken. Je kunt een dagboek bijhouden, brieven schrijven aan de overledene, of gewoon notities maken over hoe je je voelt.
  9. Geef het tijd: Rouwen kost tijd. Het kan weken, maanden, of zelfs jaren duren voordat je je weer ‘normaal’ voelt. Probeer niet te hard te zijn voor jezelf als je niet zo snel vooruitgaat als je zou willen. Iedereen rouwt in zijn eigen tempo.
  10. Zoek professionele hulp indien nodig: Als je merkt dat je vastloopt in je rouwproces of je overweldigd voelt door je emoties, kan het zinvol zijn om professionele hulp te zoeken. Dit kan een therapeut, counselor, of rouwgroep zijn. Zij kunnen je helpen om je emoties te begrijpen en strategieën te ontwikkelen om met je verlies om te gaan.

Kennisbank · Verslaving

Leven met een partner met een alcoholverslaving

Schuld, oververantwoordelijkheid en grenzen, als je samenleeft met iemand die te veel drinkt.

Dit stuk legt uit. Het stelt geen diagnose en het vervangt geen intake.

Samenleven met een partner die kampt met een alcoholverslaving kan het best worden omschreven als een rollercoaster. Met pieken en dalen van hoop en wanhoop. Net zoals de verslaafde zelf krijg je te maken met gevoelens van schuld, schaamte, angst, boosheid en verdriet. Vaak lijkt het alsof je er alleen voor staat.

De eerste fase in het omgaan met de alcoholverslaving van je partner is vaak ontkenning of minimaliseren. Je vangt immers al geruime tijd signalen op dat er een probleem is. Maar je sust jezelf met gedachten zoals ‘het is een stressvolle periode’, ‘het is druk op zijn/haar werk’, ‘het is gewoon sociaal drinken’…

Door het ontkennen van het probleem help je juist het drinkgedrag in stand te houden. Wanneer je er toch iets van zegt zal een partner met een alcoholverslaving de schuld bij jou leggen. Je overdrijft, je ziet spoken, alles is onder controle. Waardoor je aan jezelf begint te twijfelen en het probleem minimaliseert of zelfs helemaal ontkent.

Leven met een alcoholverslaafde is er elke dag aan herinnerd worden dat liefde geen ziekte kan genezen.

Joris Vivijs –

Schuldgevoel

Vaak heb je een schuldgevoel. ‘Ik had het eerder moeten zien en moeten ingrijpen, het is mijn schuld dat het zo ver is kunnen komen’. of ‘omdat ik er zo vaak over doordram is het geëscaleerd, ik had begripvoller moeten zijn’. Soms verwijt de partner met een alcoholverslaving je zelfs rechtstreeks dat het jouw schuld is dat hij/zij drinkt.

Het is belangrijk om te beseffen dat jij niet verantwoordelijk bent voor het drinkgedrag van je partner. Er mogen dan misschien wel problemen zijn binnen jullie relatie maar dat maakt jou niet schuldig aan het drankmisbruik.

Oververantwoordelijkheid

Vaak ben je doorheen de jaren steeds meer taken op jou gaan nemen. Juist omdat de partner met een alcoholverslaving steeds verder afglijdt. Het huishouden, de opvoeding van de kinderen en alle andere praktische beslommeringen. Maar ook hier houd je rechtstreeks de verslaving mee in stand. Want de partner met een alcoholverslaving ondervindt niet de negatieve gevolgen van zijn/haar gedrag.

Een alcoholist is maar met één ding bezig, de verslaving voeden. Ze isoleren zich steeds meer. Als partner ga je hierin mee. Je blijft thuis in de hoop zo wat controle te hebben over het drinken. Je zegt bezoek of feestjes af uit schrik voor de dronken schandalen van je partner.

De schaamte is een andere reden waarom je jezelf gaat isoleren. Je wilt niet geconfronteerd worden met de negatieve gevolgen van het gedrag van je partner met een alcoholprobleem.

Het probleem oplossen

Het belangrijkste is beseffen dat je niet verantwoordelijk bent voor het alcoholprobleem van je partner. Het op één na belangrijkste is beseffen dat jij het probleem niet kan oplossen. Er is maar één iemand die dat kan en dat is de partner met een alcoholverslaving zelf! Dat wil niet zeggen dat je niet kan ondersteunen. Maar niet ten koste van jezelf.

Grenzen stellen

Zodra je aanvaardt dat je niet verantwoordelijk bent voor het alcoholprobleem en dat je het ook niet kan oplossen is het belangrijk om je grenzen te bepalen. Het is niet egoïstisch om aan te geven wanneer het te ver gaat of wanneer je het niet meer aankan. De zorg voor anderen mag nooit ten koste gaan van jezelf.
Als de partner met een alcoholprobleem echt niet wil stoppen met drinken dan sta je voor een moeilijke keuze. Het alcoholmisbruik aanvaarden of weggaan.

Wat weten we nu over een partner met een alcoholverslaving

  • Het probleem erkennen is de eerste stap
  • Het is niet jouw verantwoordelijkheid
  • Jij kan het probleem niet oplossen

Kennisbank · ADHD

ADHD: leven in een hoog tempo

Wat ADHD is, hoe het zich toont, en welke behandeling helpt om het tempo hanteerbaar te maken.

Dit stuk legt uit. Het stelt geen diagnose en het vervangt geen intake.

ADHD staat voor Attention-Deficit/Hyperactivity Disorder (in het Nederlands: aandachtstekort-hyperactiviteitstoornis). Het is een neurologische aandoening die zich kenmerkt door symptomen van onoplettendheid, impulsiviteit, en hyperactiviteit. Deze symptomen kunnen individueel of in combinatie voorkomen.

  1. Onoplettendheid: Mensen met ADHD kunnen zich moeilijk concentreren op taken of zijn makkelijk afgeleid. Ze kunnen ook moeite hebben met het voltooien van taken en vaak vergeten of verliezen ze allerlei zaken.
  2. Hyperactiviteit: Wordt gekenmerkt door bijna constant bewegen en rusteloosheid. Bij kinderen komt het tot uiting in het constant wiebelen op een stoel, rondrennen of klimmen wanneer dat niet gepast is en zo meer. Bij volwassenen is het meer een gevoel van onrust.
  3. Impulsiviteit: Mensen met ADHD hebben moeite met het beheersen van hun directe reacties. Zoals dingen zeggen zonder na te denken over de gevolgen, of moeite hebben met wachten of hun beurt houden.

Iemand met ADHD kan niet gewoon proberen “harder zijn best te doen”.

Joris Vivijs –

ADHD komt best veel voor. Naar schatting 7% van de schoolgaande kinderen heeft er last van en 4% van de volwassenen. ADHD kan je niet ‘genezen’ maar de zichtbare symptomen verdwijnen soms bij het ouder worden.

Meer informatie over alles wat met ADHD te maken heeft: https://www.zitstil.be/

Oorzaken van ADHD

ADHD is een biologische aandoening. De precieze oorzaak is nog niet volledig bekend, maar we weten wel dat het een combinatie van meerdere factoren betreft. Deze omvatten genetica, omgevingsfactoren en problemen met de structuur en functie van de hersenen.

  • Genetica: Onderzoek heeft bepaalde genen geïdentificeerd die mogelijk betrokken zijn bij ADHD, maar het is duidelijk dat er niet slechts één enkel “ADHD-gen” is. In plaats daarvan lijkt het erop dat er meerdere genen betrokken zijn, elk met een klein effect.
  • Omgevingsfactoren: Er is ook enig bewijs dat bepaalde omgevingsfactoren invloed hebben. Bijvoorbeeld, kinderen die in de baarmoeder aan tabak of alcohol zijn blootgesteld, hebben een verhoogd risico op het ontwikkelen van ADHD. Blootstelling aan hoge niveaus van lood en andere giftige stoffen verhogen het risico ook.
  • Problemen met de hersenstructuur en -functie: Beeldvormend onderzoek heeft aangetoond dat de hersenen van mensen met ADHD er anders uitzien dan die van mensen zonder de aandoening. Maar het is nog niet helemaal duidelijk hoe deze verschillen verband houden met de symptomen van ADHD.

De symptomen van ADHD

Attention Deficit Hyperactivity Disorder wordt geclassificeerd als een neurologische ontwikkelingsstoornis. Dit betekent dat de symptomen verschijnen in de kindertijd en vaak voortduren tot in de volwassenheid. Deze symptomen kunnen de normale groei en ontwikkeling verstoren in gebieden zoals leren, sociaal gedrag en zelfbeheersing.

ADHD-symptomen zijn onder te verdelen in twee hoofdcategorieën: problemen met aandacht en problemen met hyperactiviteit/impulsiviteit.

De impact en mogelijke gevolgen van ADHD

ADHD bij kinderen gaat vaak gepaard met andere psychische problemen. Meer dan de helft heeft bijkomende problemen zoals depressie, overmatige angst of opstandig gedrag. En bij 1 op 4 is er sprake van leer- of ontwikkelingsstoornissen. Dit kan gaan over taalvaardigheid, motorische achterstand of moeilijkheden met sociale vaardigheden. Een deel van de kinderen met ADHD heeft ook te kampen met een laag zelfbeeld omdat ze ‘anders’ zijn.

ADHD die niet behandeld wordt verhoogt het risico om later een verslaving te ontwikkelen significant. Mensen gaan aan zelfmedicatie doen om rustiger te worden en gaan blowen, drinken of amfetamines snuiven. Zo heeft iemand met ADHD 45% meer kans om verslaafd te worden aan alcohol. Het proces van matig middelengebruik naar problematisch gebruik verloopt tot 3 maal sneller. Daarbij komt dat de behandeling van een verslaving bij iemand met ADHD complexer en moeilijker verloopt dan bij iemand zonder deze stoornis.

Behandeling van ADHD

Cognitieve gedragstherapie (CBT) is een effectieve methode voor het behandelen van ADHD bij kinderen, adolescenten en volwassenen. De strategieën en technieken zijn:

  • Zelfbewustzijn en Zelfmonitoring: Het leren herkennen van symptomen en triggers is een belangrijke stap. Door het vergroten van het zelfbewustzijn kan je leren om de symptomen en gedragingen beter te monitoren.
  • Impulscontrole: Technieken om impulsief gedrag te beheersen, zoals stoppen en nadenken voordat je handelt, en andere strategieën om impulsiviteit te verminderen.
  • Organisatie en Planning: Mensen met ADHD hebben vaak moeite met organisatie en planning. Dus strategieën om deze vaardigheden te verbeteren, zoals het gebruik van planners, het instellen van reminders, en het maken van to-do lijsten zijn belangrijk.
  • Sociale Vaardigheidstraining: Zoals het leren interpreteren van sociale signalen, het verbeteren van communicatievaardigheden en het ontwikkelen van assertiviteit.
  • Probleemoplossende Vaardigheden: Het leren van effectieve probleemoplossende strategieën en om te gaan met dagelijkse uitdagingen.
  • Stressmanagement: Technieken om stress te beheersen, zoals ademhalingsoefeningen, meditatie en andere ontspanningstechnieken.

Wat weten we nu over ADHD

  • Ontwikkelingsstoornis
  • Komt vrij vaak voor.
  • Kan je niet ‘genezen’ maar er wel beter mee leren omgaan.

    /wp:list

    /wp:group

    Kennisbank · Narcisme

    Narcisme: patronen herkennen

    Het verschil tussen een lastig patroon en een diagnose, en wat je kunt doen als je er middenin zit.

    Dit stuk legt uit. Het stelt geen diagnose en het vervangt geen intake.

    Narcisme gaat over een patroon: een sterke behoefte aan bewondering, moeite met kritiek, en weinig ruimte voor het perspectief van de ander. Dat is iets anders dan een diagnose. Een narcistische persoonlijkheidsstoornis stelt een hulpverlener vast, niet een blog en niet de partner. Narcisme is vernoemd naar de mythologische figuur Narcissus, die verliefd werd op zijn eigen spiegelbeeld.

    Narcisten beschikken vaak over aanzienlijke persoonlijke charme en ze stralen zelfvertrouwen uit. Maar eigenlijk hebben ze een extreem gevoel van minderwaardigheid en onzekerheid, en veel van hun gedrag is gericht op het vermijden van deze onaangename gevoelens. Daarnaast worstelen ze met het onderhouden van stabiele relaties. Wanneer een partner meer van zijn of haar eigen verlangens en behoeften uitdrukt, worden de relaties beëindigd. Narcisten kunnen fel en woedend reageren op afwijzing en/of kritiek, een fenomeen dat bekend staat als “narcistische woede”.

    Om te kunnen spreken van een narcist of een narcistische persoonlijkheidsstoornis moeten er ten minste vijf van de negen kenmerken van narcisme aanwezig zijn.

    Lees ook: Narcisme

    Kenmerken van een narcist volgens de DSM-5

    1. Heeft een opgeblazen gevoel van eigen belangrijkheid: Narcisten zien zichzelf vaak als superieur aan anderen, wat hun perceptie en interacties kleurt. Ze hebben de neiging om hun eigen prestaties te overdrijven en erkennen zelden de bijdragen van anderen.
    2. Is gepreoccupeerd met fantasieën over grenzeloos succes, grenzeloze macht, genialiteit, schoonheid, of ideale liefde: Narcisten zijn vaak geobsedeerd door hun persoonlijke ambities en idealen. Ze streven naar perfectie in alle aspecten van hun leven en hebben vaak onrealistische verwachtingen van zichzelf en anderen.
    3. Gelooft dat hij of zij “bijzonder” en uniek is: Narcisten geloven dat ze uniek zijn en alleen kunnen worden begrepen door mensen van hoge status of bijzondere kwaliteiten. Dit kan leiden tot elitair gedrag en een afwijzing van degenen die zij als minderwaardig beschouwen.
    4. Heeft excessieve behoefte aan bewondering: Een constante honger naar goedkeuring en erkenning is een kenmerk van narcisme. Narcisten zoeken voortdurend naar bevestiging van hun eigenwaarde, vaak ten koste van anderen.
    5. Heeft het gevoel bijzondere rechten te hebben: Narcisten geloven vaak dat ze speciale privileges of rechten hebben die anderen niet hebben. Ze kunnen regels negeren, eisen dat hun behoeften worden voorgetrokken en onredelijke verwachtingen hebben van anderen.
    6. Exploiteert anderen: Narcisten zijn manipulatief en gebruiken anderen om hun eigen doelen te bereiken. Dit kan variëren van emotionele manipulatie tot meer ernstige vormen van misbruik.
    7. Heeft gebrek aan empathie: Een gebrek aan empathie is een kenmerkend kenmerk van narcisme. Narcisten hebben vaak moeite met het begrijpen of erkennen van de gevoelens en behoeften van anderen, wat hun relaties kan belemmeren.
    8. Is vaak afgunstig op anderen of gelooft dat anderen afgunstig zijn op hem of haar: Narcisten kunnen vaak afgunstig zijn op het succes of de prestaties van anderen. Tegelijkertijd geloven ze vaak dat anderen hen benijden, wat hun gevoel van eigenwaarde voedt.
    9. Toont zich arrogant of hooghartig in houding of gedrag: Narcisten gedragen zich vaak arrogant of hooghartig, wat kan leiden tot conflicten en negatieve interacties met anderen. Dit gedrag komt voort uit hun gevoel van superioriteit en het gebrek aan erkenning voor de waarde van anderen.

    Leven met een narcist

    Narcisten denken enkel aan zichzelf, er is dus geen ruimte voor iemand anders. Als je in een relatie bent met een narcist, moet je er rekening mee houden dat je altijd op de tweede plaats komt.

    Narcisten hechten veel belang aan uiterlijk vertoon, geld en status. Ze streven naar macht en zullen er alles aan doen om deze te behouden, zelfs als dit ten koste gaat van anderen. Ze richten zich vaak op mensen die minder zelfverzekerd zijn, omdat die gemakkelijker te controleren zijn. Ze willen dat anderen zich afhankelijk voelen, waardoor ze kwetsbaar en gemakkelijk te manipuleren zijn. Iemand met een laag zelfvertrouwen is de perfecte prooi voor de narcist. Hij krijgt je volledig in zijn macht door je in een steeds zwakkere positie te dringen.

    Typisch voor de mannelijke narcist is dat hij vaak niet wil dat zijn partner gaat werken. Zo houden ze de ander financieel afhankelijk. Dit biedt de veiligheid dat de ander zelf niet weg kan uit de relatie en op die manier wordt hij aanzien als onmisbaar.

    Narcisten zijn extreem bezitterig en jaloers. Ze beschouwen hun partner als hun bezit en behandelen hen vaak paranoïde. Hun extreme jaloezie kan zich uiten in controlerend gedrag, woede-uitbarstingen en wraakacties. Ze denken dat ze beter, slimmer, aantrekkelijker en getalenteerder zijn dan een ander.
    Ze vinden dat enkel zij het beste verdienen en als hun omgeving daarmee niet akkoord gaat, kunnen ze heel verontwaardigd en zelfs agressief reageren.

    De vrouwelijke narcist

    In tegenstelling tot mannen die zich superieur gedragen wordt dit gedrag bij vrouwen minder geaccepteerd. Daarom zal een vrouwelijke narcist zich vaak voordoen als lief en zorgzaam om te voldoen aan de traditionele rolpatronen en het ideaalbeeld van ‘de perfecte moeder’ Ze gebruiken hun kinderen echter als verlengstuk van zichzelf en als een middel om aandacht voor hun persoon te verzekeren.

    Vooral vrouwelijke narcisten manipuleren anderen door de rol van slachtoffer te spelen en zich zwak en zielig voor te doen. Ze willen geen hulp, maar genieten van de aandacht die ze krijgen, zelfs als het medelijden is, zolang ze maar in de schijnwerpers staan.

    Vrouwelijke narcisten verhullen hun manipulatieve gedrag beter dan mannen en tonen hun kwaadaardige kant meestal alleen aan hun slachtoffers. De buitenwereld krijgt een perfect plaatje te zien.

    Vrouwelijke narcisten komen minder vaak voor dan mannelijke narcisten. Toch is de relatie met een vrouwelijke narcist even destructief.

    Narcisten zullen heel bewust iemand zijn gevoel van geluk tenietdoen. Ze zijn jaloers op anderen, niet alleen op hun bezittingen, maar ook op hun blije momenten. Narcisten willen altijd in het middelpunt van de belangstelling staan en het maakt hen niet uit of dit positieve of negatieve aandacht is. Als iemand anders te veel aandacht krijgt, zoals een jarig familielid, zal de narcist proberen de focus te verleggen door bijvoorbeeld negatieve opmerkingen te maken over het verjaardagsfeestje.

    Dit weten we over iemand met een narcistische persoonlijkheidsstoornis (NPS).

    • Overdreven gevoel van zelfbelang, gebrek aan empathie, intense behoefte aan bewondering.
    • Zal nooit zelf hulp zoeken, vindt zichzelf perfect, anderen zijn het probleem.
    • Het is de omgeving die last ondervindt van het gedrag, niet de narcist zelf.

    Loskomen van een narcist

    Wanneer je in je leven te maken hebt (gehad) met een narcistische ouder of partner loop je een sterk verhoogd risico op CPTSS. Een Complex posttraumatische stressstoornis (CPTSS) of complex trauma. Het is een psychische ontregeling als gevolg van langdurige traumatische ervaringen.

    Met CPTSS heb je mogelijk ook een ingewikkelde band met de veroorzaker van je trauma. Als je tijdens je kindertijd mishandeld werd, kan je innerlijke kind zich toch aan je mishandelaar gehecht hebben. Deze persoon was niet altijd alleen maar bedreigend, maar misschien ook op sommige momenten liefdevol. Deze tweeledigheid kan als kind voor verwarring zorgen, en je als volwassene kwetsbaarder maken voor nieuwe mishandeling. Dit kan deels zijn omdat je een schuldgevoel hebt aangeleerd door middel van projectie of gaslighting. Aan de andere kant, kan het voortkomen uit een diepgeworteld en vaak onbewust verlangen om de persoon die je in je kindertijd mishandelde te ‘veranderen’ of tot inkeer te brengen. Dit laatste fenomeen kan leiden tot een traumaband of codependentie, wat zich kan uiten in het aangaan en in stand houden van ongezonde relaties

    Kennisbank · Borderline

    Borderline: wat het is, en wat het niet is

    Borderline is een ernstige aandoening, geen aanstellerij. Symptomen, impact, en hoe behandeling eruitziet.

    Dit stuk legt uit. Het stelt geen diagnose en het vervangt geen intake.

    Een borderline persoonlijkheidsstoornis (BPS) is een ernstige psychische aandoening die gekenmerkt wordt door onstabiele stemmingen, gedragingen en relaties.

    Mensen met BPS kunnen impulsief zijn, hebben vaak sterke emotionele reacties, en kunnen moeite hebben met het onderhouden van stabiele relaties. Ze kunnen ook te maken hebben met een verstoorde identiteitsbeleving en een chronisch gevoel van leegte ervaren. Andere kenmerken zijn het regelmatig ervaren van intense en onvoorspelbare stemmingswisselingen, zelfdestructief gedrag, en angst voor afwijzing of verlating.

    Borderline wordt vaak gediagnosticeerd in de late adolescentie of vroege volwassenheid, en wordt iets vaker gevonden bij vrouwen dan bij mannen.

    Borderline is niet een keuze, maar herstel is dat wel.

    Joris Vivijs –

    Deze quote benadrukt het belang van het nemen van actieve stappen om te herstellen en omgaan met de uitdagingen van het leven met een borderline persoonlijkheidsstoornis (BPS). Het onderstreept het idee dat, hoewel je niet kunt kiezen of je BPS hebt, je wel controle hebt over hoe je met de symptomen omgaat en hoe je aan je herstel werkt.

    Symptomen van borderline

    BPS kent een breed scala aan symptomen. Deze kunnen variëren in intensiteit en duur. De meest voorkomende symptomen van borderline zijn:

    1. Emotionele instabiliteit: Snel wisselende emoties, vaak zonder duidelijke aanleiding. Deze kunnen gaan van intense vreugde tot ernstige depressie, woede, paniek of angst.
    2. Impulsief gedrag: Risicovol, roekeloos en vaak zelfdestructief gedrag, zoals roekeloos rijden, onveilig seksueel gedrag, eetbuien, gokken of misbruik van alcohol en drugs.
    3. Onstabiele relaties: Intense en stormachtige relaties met anderen, gekenmerkt door veel ruzies en breuken. Er is vaak een angst voor verlating, wat kan leiden tot wanhopige pogingen om dat te voorkomen.
    4. Verstoord zelfbeeld: Mensen met BPS hebben vaak een wisselend beeld van zichzelf en hun identiteit. Dit kan invloed hebben op hun waarden, opvattingen, beroepen, vriendschappen en zelfs seksuele identiteit.
    5. Chronisch gevoel van leegte: Een aanhoudend gevoel van leegte of verveling, wat kan leiden tot zoeken naar dingen die dit gevoel kunnen invullen.
    6. Zelfbeschadiging of suïcidale gedachten: Recidiverende suïcidale gedachten, dreigementen of gedragingen, of zelfbeschadiging, zoals snijden of branden van de huid.
    7. Paranoïde gedachten of ernstige dissociatieve symptomen: Tijdens periodes van intense stress kunnen mensen met een borderline stoornis tijdelijk paranoïde ideeën hebben of zich losgekoppeld voelen van zichzelf of de werkelijkheid.

    Lees ook: Gezondheid en Wetenschap – borderline persoonlijkheidsstoornis

    De impact van borderline op het dagelijks leven en relaties

    Een borderline stoornis heeft een aanzienlijke invloed op het dagelijkse leven en de relaties. De intense emotionele instabiliteit kan leiden tot frequente stemmingswisselingen, woede-uitbarstingen en conflicten met anderen. Deze kunnen van invloed zijn op school, werk, en relaties.

    De impulsieve en risicovolle gedragingen kunnen leiden tot juridische problemen, financiële problemen en gezondheidsproblemen. Bovendien kan het chronische gevoel van leegte en de moeilijkheden met het eigen zelfbeeld bijdragen aan een algemeen gevoel van ontevredenheid met het leven en problemen met het bereiken van persoonlijke doelen.

    Bij relaties kunnen mensen met borderline intense emoties ervaren waarbij ze vaak snel wisselen tussen extreme bewondering en haat voor de andere persoon. Dit kan leiden tot frequente ruzies, breuken en verzoeningen, wat stressvol en verwarrend kan zijn voor beide partijen. De angst voor verlating kan ook leiden tot clingy of bezitterig gedrag, wat verder kan bijdragen aan de instabiliteit van relaties.

    Diagnose van een borderline persoonlijkheidsstoornis (BPS)

    Criteria volgens de DSM-5

    Volgens de Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders, Fifth Edition (DSM-5), moet een persoon voldoen aan vijf (of meer) van de volgende criteria om gediagnosticeerd te worden met BPS:

    1. Inspanningen om feitelijke of ingebeelde verlating te vermijden.
    2. Een patroon van instabiele en intense interpersoonlijke relaties, gekenmerkt door wisseling tussen uitersten van idealisering en devaluatie.
    3. Identiteitsverstoring: duidelijk en aanhoudend instabiel zelfbeeld of zelfgevoel.
    4. Impulsiviteit op ten minste twee gebieden die mogelijk zelfbeschadigend zijn (bijvoorbeeld, uitgaven, seks, middelenmisbruik, roekeloos rijden, eetbuien).
    5. Recidiverende suïcidale gedragingen, dreigingen, of zelfverminking.
    6. Emotionele instabiliteit als gevolg van duidelijke stemmingsreactiviteit (bijvoorbeeld intense episodische dysforie, prikkelbaarheid, of angst die meestal een paar uur aanhoudt en slechts zelden langer dan een paar dagen).
    7. Chronisch gevoel van leegte.
    8. Ongepaste, intense woede of moeite om woede te beheersen.
    9. Tijdelijke, door stress veroorzaakte paranoïde ideeën of ernstige dissociatieve symptomen.

    Oorzaken en risicofactoren van borderline

    De exacte oorzaak van een borderlinepersoonlijkheidsstoornis is onbekend, maar het is waarschijnlijk een combinatie van genetische, biologische en omgevingsfactoren.

    • Genetisch: Familieonderzoeken hebben aangetoond dat BPS vaker voorkomt bij mensen die een naast familielid hebben met de aandoening, wat wijst op een genetische component.
    • Biologisch: Verschillen in de hersenstructuur en -functie, vooral in gebieden die de emoties en impulsbeheersing reguleren, kunnen een rol spelen bij BPS.
    • Omgevingsfactoren: Traumatische levenservaringen, zoals fysiek of seksueel misbruik, verwaarlozing of het vroegtijdig verlies van ouders tijdens de kindertijd, worden vaak gerapporteerd bij mensen met borderline.

    Er is ook een sterk verband tussen borderline en andere psychische aandoeningen, zoals depressie, angststoornissen, posttraumatische stressstoornis (PTSS), eetstoornissen en middelenmisbruik. Deze co-occurrerende aandoeningen kunnen zowel risicofactoren als gevolgen zijn van BPS. Het is belangrijk op te merken dat niet iedereen die deze risicofactoren heeft, borderline zal ontwikkelen, en niet iedereen met BPS heeft per definitie andere psychische aandoeningen.

    Wat weten we nu over borderline

    • Persoonlijkheidsstoornis
    • Patroon van emotionele instabiliteit, moeilijke relaties, verstoord zelfbeeld, impulsiviteit
    • Behandeling legt nadruk op emotieregulatie

    De behandeling van borderline

    DGT: Dialectische Gedragstherapie is een vorm van cognitieve gedragstherapie die speciaal is ontworpen om mensen te helpen die worstelen met zelfdestructief gedrag

    Schematherapie is een integratieve vorm van psychotherapie die elementen combineert van cognitieve gedragstherapie, transactionele analyse, en de theorie van hechtingspatronen.

    Dialectische Gedragstherapie (DGT), ontwikkeld door psycholoog Marsha Linehan, is een vorm van cognitieve gedragstherapie die speciaal is ontworpen om mensen te helpen die worstelen met zelfdestructief gedrag, zoals zelfbeschadiging of suïcidale gedachten en acties. Het is vaak effectief bij de behandeling van borderline persoonlijkheidsstoornis (BPS), maar kan ook worden gebruikt voor andere aandoeningen zoals eetstoornissen, verslavingen of een posttraumatische stressstoornis.

    DGT richt zich op het aanleren van copingvaardigheden voor stressvolle situaties, emotieregulatie, en het verbeteren van relaties. DGT stelt je in staat om je gedachten en gedrag beter te begrijpen en te beheersen, en om effectiever te communiceren en conflicten op te lossen.

    Het dialectische aspect van DGT komt van het idee dat verandering en acceptatie met elkaar in evenwicht moeten zijn om verbetering te bereiken. Met andere woorden, je moet veranderingen in je gedrag aanbrengen, maar ook leren om jezelf en wat er gebeurt te accepteren zoals het is.

    Schematherapie is een integratieve vorm van psychotherapie en wordt voornamelijk gebruikt voor persoonlijkheidsproblematieken. De kerngedachte is dat iedereen gedurende zijn/haar kindertijd en puberjaren specifieke zelfbeelden, wereldbeelden en interactiepatronen ontwikkelt, ook wel ‘schema’s’ genoemd. Deze schema’s worden gevormd door de interactie tussen het jezelf en je omgeving en kunnen positief of negatief zijn.

    Negatieve of disfunctionele schema’s kunnen ontstaan als reactie op basisbehoeften die niet worden vervuld, zoals veiligheid, verbondenheid, autonomie, expressie van gevoelens en spontaniteit. Als deze schema’s geactiveerd worden door bepaalde gebeurtenissen in het heden, kunnen ze leiden tot intense negatieve emoties, negatieve gedachten over jezelf en anderen, en destructief of maladaptief gedrag.

    Schematherapie probeert deze disfunctionele schema’s te identificeren, te begrijpen en te veranderen, met als doel om patronen van gedachten, emoties en gedrag te veranderen die problematisch zijn. Het uiteindelijke doel is om gezondere alternatieven te vinden voor deze disfunctionele schema’s en copingstrategieën.

    Kennisbank · Rouw

    Rouwen en omgaan met verlies

    Rouw gaat over elk verlies dat ertoe deed. Hoe lang het duurt, en wanneer hulp zinvol wordt.

    Dit stuk legt uit. Het stelt geen diagnose en het vervangt geen intake.

    Zoek je concrete houvast, lees dan de tien tips bij verlies.

    Rouwen is het omgaan met en verwerken van een betekenisvol verlies. Vaak associëren we rouwen alleen met de dood. Maar eigenlijk rouwen mensen om elk verlies dat waardevol was. Dat kan een persoon zijn, maar evengoed een huisdier of zelfs je job.

    Het gevoel dat de wereld en het dagelijks leven gewoon doorgaan, kan heel pijnlijk zijn. Je zou willen roepen: “Stop even.”
    Naast de emotionele pijn zoals verdriet, woede, eenzaamheid, piekeren, hulpeloosheid, kan rouw ook lichamelijke reacties teweegbrengen. Je hebt dan last van vermoeidheid, hoofdpijn, concentratieproblemen, slaapstoornissen of een verminderde eetlust.

    Verlies laat je gebroken achter. Maar je mag niet vergeten dat het ook mogelijk is om iets moois te bouwen met de stukken.

    Joris Vivijs –

    Hoe lang duurt een rouwproces?

    Het is belangrijk om te begrijpen dat het rouwproces geen vastomlijnde tijdsduur heeft. Rouwen is een diep persoonlijk en individueel proces dat sterk varieert van persoon tot persoon. Dat kan gaan van enkele maanden tot een jaar. Wanneer het langer dan een jaar aanhoudt ontstaan er meerdere problemen. We spreken dan van gecompliceerde rouw of complexe rouw

    Verschillende factoren kunnen de duur van het rouwproces beïnvloeden, zoals de aard van het verlies, persoonlijke copingvaardigheden, ondersteuning vanuit het sociale netwerk, en eerdere ervaringen met verlies.

    Rouw kan cyclisch zijn, waarbij gevoelens van verdriet en verlies kunnen afnemen en weer terugkomen, vaak getriggerd door verjaardagen, feestdagen of andere herinneringen.

    Omdat elk rouwproces uniek is, is het belangrijk dat je de ruimte en tijd neemt om op je eigen manier en in je eigen tempo te rouwen.

    De vijf fasen van rouw

    Elisabeth Kübler-Ross, een Zwitserse psychiater, introduceerde het concept van de vijf fasen van rouw. Het model dient als een algemeen raamwerk om te helpen begrijpen hoe het rouwproces verloopt.

    1. Ontkenning: In deze eerste fase heerst ongeloof, je weigert de realiteit van het verlies te accepteren. Dit dient als een soort buffer om de onmiddellijke schok te absorberen.
    2. Woede: Naarmate de ontkenning begint te vervagen, kunnen gevoelens van woede en frustratie de kop opsteken. Onder de woede ligt de pijn. Je geeft (soms) jezelf of anderen de schuld voor het verlies.
    3. Onderhandelen: Je probeert te onderhandelen of te bidden voor een manier om de pijn te verminderen of het verlies terug te draaien. Er is nog hoop op herstel.
    4. Depressie: In deze fase ervaar je diep verdriet en een gevoel van verlies. De realiteit van de situatie dringt volledig door en dit kan je overweldigen. Gevoelens van verdriet, spijt, angst, schuld, onzekerheid en machteloosheid lopen door elkaar.
    5. Aanvaarding: Uiteindelijk kom je in een fase waarin je het verlies accepteert en het een plaats geeft in je leven. Het is belangrijk te beseffen dat dit geen teken is van genezing, maar eerder het erkennen van de realiteit.

    Het is belangrijk om te onthouden dat deze fasen niet lineair zijn en dat niet iedereen alle fasen ervaart. Iedreen gaat op zijn eigen manier en in eigen tempo door de rouw. Ook kunnen de fasen elkaar overlappen of herhaald worden.

    Wat is rouw- en verliesbegeleiding

    Het aanpakken van het verlies kan in eerste instantie voelen als een onmogelijke opgave. Echter, je zult ervaren dat het met kleine, voorzichtige stapjes steeds beter gaat. Het rouwproces vraagt om tijd, maar soms is tijd op zichzelf niet voldoende om het verlies te verwerken. Wanneer je het gevoel hebt dat je het niet alleen kunt is rouwbegeleiding aangewezen.

    Het duale procesmodel van rouw suggereert dat een effectieve aanpassing aan het verlies afhangt van de mogelijkheid om te schakelen tussen twee verschillende soorten van coping: verliesgericht en herstelgericht.

    1. Verliesgerichte coping houdt in dat je je op het verlies zelf richt. Zoals het verwerken van de emoties die samengaan met het verlies; verdriet, woede, schuldgevoelens en het gevoel van gemis.
    2. Herstelgerichte coping houdt in dat je je aanpast aan het leven zonder datgene wat je hebt verloren. Dit kan betekenen dat je nieuwe rollen, identiteiten en vaardigheden ontwikkelt, nieuwe activiteiten onderneemt of nieuwe relaties opbouwt.

    Het unieke van het duale procesmodel is de erkenning dat je heen en weer beweegt tussen verliesgerichte en herstelgerichte activiteiten, afhankelijk van je behoeften, de context en de tijd. Het benadrukt het belang van flexibiliteit in het rouwproces, in plaats van vast te houden aan een aantal bepaalde “fasen” of “taken”.

    Het duale procesmodel benadrukt dat er geen “juiste” manier is om te rouwen en dat het normaal en gezond is om tussen verschillende soorten coping te schommelen. Dit helpt om te beseffen dat het normaal is om af te wisselen tussen het ervaren van het verlies en het aanpassen aan het leven na het verlies.

    Het model stelt ook dat het zowel gezond als noodzakelijk is om tijdelijk te ontsnappen aan de confrontatie met het verlies en je op andere aspecten van het leven te concentreren.

    “Rouw is geen teken van zwakte. Het is de prijs die we betalen voor liefde.

    Joris Vivijs –

    De tijd heelt niet alle wonden

    Prof. dr. em. Manu Keirse is klinisch psycholoog, doctor in de geneeskunde en expert in rouwverwerking. Hij schreef meer dan 30 boeken over rouw en verlies. Ik kan me helemaal vinden in zijn visie.

    Zo zegt hij dat tijd niet alle wonden heelt. Een wond moet verzorgd worden om mooi te genezen. Zo moet ook een emotionele wond de nodige aandacht en verzorging krijgen. Hij spreekt dan ook van ‘rouwarbeid’ of ‘rouwtaken’ in plaats van rouwfasen. Rouwen is met andere woorden een actief proces.

    Je moet een verlies ook niet aanvaarden of verwerken. Want dat betekent dat je er op één of andere manier OK mee bent. Nee je leert er mee leven. Rouwen is de realiteit onder ogen zien, de pijn ervaren, je aanpassen en opnieuw leren genieten terwijl je de herinnering bewaart. Het einde van het rouwproces is niet vergeten, niet loslaten, maar anders ‘vasthouden.’

    Verdriet is normaal. Het toont dat je gevoelens hebt. Doe een beroep op je omgeving: vrienden, familie, kennissen. Praat erover. Als je vastloopt, of het verdriet je dagen overneemt, is professionele hulp zinvol.

    Kennisbank · Angst

    Wat is een angststoornis?

    Angst stuurt meer gedrag dan we denken. Wanneer gewone angst een stoornis wordt, en wat behandeling doet.

    Dit stuk legt uit. Het stelt geen diagnose en het vervangt geen intake.

    Angst is een dominante emotie. Meer zelfs, het meeste van ons gedrag wordt gestuurd door angst en onzekerheid. Het is een waarschuwingssysteem en overlevingsmechanisme. Heel handig in de tijd dat we nog rekening moesten houden met wilde dieren en andere vijanden.

    In onze moderne tijd wordt angst echter meer en meer een belemmerende factor. Ons emotionele brein of limbisch systeem raakt soms overprikkeld en geeft dan angstsignalen die buiten proportie zijn ten opzichte van de werkelijke situatie.

    Wanneer je voortdurend angstig wordt zonder dat er reëel gevaar dreigt, je angst krijgt voor de angst. Wanneer de angst je leven stilaan overneemt dan heb je last van een angststoornis of paniekstoornis.

    Fear is only as deep as the mind allows

    Angst wordt gevoed door je gedachten; verander je denken, en je verandert je angst.”

    Joris Vivijs –

    Ongeveer 30% van de Vlamingen krijgt in zijn leven te maken met overmatige angsten of paniekaanvallen. Meestal zijn deze tijdelijk van aard, wanneer ze langer dan 4 maanden duren spreken we van een angststoornis.

    Je bent bang voor gebeurtenissen of situaties waar geen direct gevaar aanwezig is. Je krijgt het bijvoorbeeld benauwd als je tegen vreemde mensen of in groep moet spreken. Je durft niet meer met de auto rijden op autostrades of in het donker. Je bent bang dat er iets ergs gaat gebeuren met familie of vrienden.

    Lees ook: Gezondheid en Wetenschap – Angststoornissen

    Symptomen van een angststoornis

    • nerveus, rusteloos, gejaagd
    • hartkloppingen, benauwd gevoel op je borst, angst voor hartaanval
    • gevoel van verstikking
    • zweten, koude rillingen
    • misselijkheid of buik- en darmproblemen
    • hoofdpijn, duizeligheid
    • beven
    • het gevoel dat je zult flauwvallen
    • tintelingen of verdoofd gevoel in je handen of voeten
    • spierspanning in nek, onderrug, kaken
    • angst dat je gek wordt of zelfs doodgaat…

    Al deze symptomen zijn een gevolg van de activering van het ortho-sympatisch systeem. Onze vecht-vlucht reactie. De gevoelens zijn zo intens dat je er alles aan doet om ze niet meer te ervaren. Je krijgt als het ware angst voor de angst. Je probeert alles om situaties waarin de angst kan opkomen te vermijden. Je vraagt om bepaalde dingen voor jou op te lossen in plaats van het zelf te doen. Je zoekt voortdurend geruststelling bij anderen of je gaat jezelf letterlijk ‘verdoven’ met alcohol, kalmeerpillen of zelfs drugs.

    Behandeling van angststoornissen

    De Cognitieve gedragstherapie (CGT) is wetenschappelijk bewezen de beste manier om van je angststoornis verlost te worden. Bij zware en hevige angsten of paniekaanvallen is soms medicamenteuze ondersteuning nodig. Een SSRI (selectieve serotonine heropname remmer) heeft hier de voorkeur op angstmedicatie zoals benzodiazepines.

    De behandeling van een angststoornis heeft 5 onderdelen:

    1. In kaart brengen: samen lijsten we je angstsymptomen, triggers en copingstrategieën op om zo patronen te identificeren
    2. Cognitieve herstructurering: Het doel van cognitieve herstructurering is om je te helpen je negatieve en angst verwekkende gedachten te identificeren, uit te dagen en te veranderen. Bijvoorbeeld, iemand die bang is om te vliegen omdat ze denken dat het vliegtuig zal neerstorten, zou worden aangemoedigd om deze gedachte te toetsen aan de feiten en te overwegen hoe waarschijnlijk dit scenario echt is.
    3. Exposure en extinctie: Door middel van exposure of blootstellingstherapie word je geleidelijk en op een gecontroleerde manier blootgesteld aan de gebeurtenissen of situaties die angst veroorzaken. De angst confronteren helpt om de angstreactie te verminderen en leert je zo dat je angst ongegrond is.
    4. Ontspanningstechnieken: Ademhalingsoefeningen, progressieve spierontspanning, mindfulness of meditatie zijn technieken die helpen om de fysieke symptomen van je angst te verminderen en bevorderen een algemeen gevoel van welzijn.
    5. Gedragsactivatie en probleemoplossend handelen: Dit zijn strategieën die helpen om vermijdingsgedrag te overwinnen en actief problemen aan te pakken die angst veroorzaken.

    Beluister: Biologisch psycholoog Bram Vervliet over angst

    Een angststoornis gaat (bijna) nooit vanzelf over. Meer nog een angststoornis heeft de neiging om zich uit te breiden als een olievlek. Je wordt van steeds meer situaties of gebeurtenissen angstig en gaat steeds meer vermijden. Zo neemt de angststoornis langzaam je leven over.

    Het is daarom belangrijk om zo snel mogelijk professionele hulp in te schakelen. De behandeling van een angststoornis duurt gemiddeld een tiental sessies.

    Wat weten we nu over een angststoornis.

    • Na depressie de meest voorkomende psychische stoornis.
    • Kan je leven helemaal overnemen.
    • Is heel goed te behandelen met de cognitieve gedragstherapie.

    Kennisbank · Verslaving

    Wanneer drinken een verslaving wordt

    Wanneer verlangen, minder willen en toch doorgaan samen een alcoholverslaving zijn, en hoe stoppen verloopt.

    Dit stuk legt uit. Het stelt geen diagnose en het vervangt geen intake.

    We spreken niet meer van alcoholisme maar van een stoornis in het gebruik van alcohol. Het probleem is niet de alcohol an sich, het probleem ligt in het (mis)gebruik ervan. Maar wanneer ben je nu eigenlijk verslaafd aan drank?

    Wanneer je voortdurend verlangt naar alcohol, je eigenlijk wel wil minderen maar het niet lukt, wanneer je steeds blijft drinken ondanks de negatieve gevolgen die er mee gepaard gaan. Dan kan je echt wel spreken van een alcoholverslaving.

    Een alcoholverslaving is een progressieve ziekte. Je wordt niet op één dag verslaafd. Vaak gaan er jaren overheen. En omdat alcohol een maatschappelijk aanvaarde drug is valt het ook pas heel laat op dat iemand echt verslaafd is.

    Een alcoholverslaving is een gevangenis waarin je zowel de gevangene als de bewaker bent.

    Joris Vivijs –

    De grootste misvatting is dat mensen met een alcoholverslaving zwak zijn of geen wilskracht hebben. Of dat het allemaal daklozen zijn die in een kartonnen doos onder een brug slapen.

    Probleemdrinken

    De Hoge Gezondheidsraad raadt aan niet meer dan 1 glas alcohol per dag te drinken. Je bent een zware drinker als je 1 keer (of vaker) per week 6 glazen of meer drinkt. Drink je meer dan 2 glazen per dag en laat je minder dan 2 dagen per week de alcohol staan, dan kan dit duiden op een alcoholprobleem. Je bent een overmatige drinker wanneer je als man meer dan 21 glazen per week drinkt en als vrouw meer dan 14.

    De laatste cijfers over alcoholmisbruik in België dateren van 2018. De opeenvolgende lockdowns in Corona hebben een merkbare toename tot gevolg gehad in alle centra die zich bezighouden met alcoholmisbruik, maar officiële cijfers ontbreken nog steeds.

    In 2018 waren er 780.000 probleemdrinkers in België. Dit wil zeggen mensen die aangeven allerlei (kleine) problemen te ondervinden door hun alcoholgebruik. Te laat komen op het werk, ruzies met partner, afspraken afzeggen, sociale activiteiten voornamelijk rond drank organiseren, gezondheidsklachten, … Van deze probleemdrinkers kampen er 220.000 met een ernstige alcoholverslaving.

    Zoals gezegd is alcoholverslaving een progressieve (hersen)ziekte. Er zijn ook meerdere factoren die bijdragen aan de ontwikkeling van alcoholverslaving. Deze kunnen genetisch, psychologisch, sociaal of omgevingsgerelateerd zijn.

    1. Genetische factoren: Onderzoek toont aan dat er een verband bestaat tussen genetische factoren en het risico op alcoholisme. Heb je familieleden die met alcoholproblemen kampen, heb je een hoger risico om zelf alcoholverslaafd te worden.
    2. Psychologische factoren: Psychische stoornissen zoals depressie, angst, bipolaire stoornis ea. verhogen de kans om een alcoholprobleem te ontwikkelen.
    3. Sociale factoren: De druk van vrienden of de maatschappij speelt vaak een rol in het ontstaan van een alcoholverslaving. Sociaal drinken en het normaliseren van alcoholconsumptie verhogen het risico op verslaving.
    4. Omgevingsfactoren: Groeide je op in een omgeving met alcoholmisbruik, heb je meer kans om zelf problematisch alcoholgebruik te ontwikkelen.

    Stoppen met drinken

    Wanneer je alcoholverslaafd bent is je lichaam en geest afhankelijk geworden van alcohol. Je hebt met andere woorden drank nodig om ‘normaal’ te functioneren. Stoppen met drinken geeft dan ook ontwenningsverschijnselen of afkickverschijnselen. De meest voorkomende zijn:

    • Misselijkheid
    • Beven
    • Zweten
    • Hoofdpijn
    • Angstgevoelens
    • Rusteloosheid/gespannenheid/slapeloosheid
    • Depressie

    Het goede nieuws is dat fysiek afkicken van alcohol snel gaat. Na 3 tot 7 dagen heb je geen last meer van lichamelijke onthoudingsverschijnselen. Geestelijk afkicken is het moeilijkste. Daarom is het allerbelangrijkste om te stoppen met drinken je eigen motivatie. Zolang je zelf niet klaar bent om alcohol op te geven heeft een behandeling geen kans op slagen.

    Je gedachten, gevoelens en gedrag houden de verslaving in stand. Maar een negatieve gebeurtenis is niet de oorzaak van je negatieve gedachten en gevoelens, het is je interpretatie van die gebeurtenis.
    Je krijgt te horen dat je moet overwerken, je denkt dat het niet eerlijk is omdat jij altijd langer moet blijven, je voelt je gestresseerd en je vindt dat je een drankje verdient om de stress te verlichten. Je koppelt het feit dat je drinkt aan het feit van overwerken, hoewel deze niets met elkaar te maken hebben. Je geeft jezelf een excuus om te drinken.

    In de therapie leer je met een nuchtere kijk (pun intended) om gebeurtenissen anders te interpreteren en om op een andere manier met je gedachten en gevoelens om te gaan. We focussen op mentaal sterker worden en herval voorkomen.

    Je mentaal voorbereiden op stoppen met drinken

    Het allerbelangrijkste in de voorbereiding op stoppen met alcohol drinken is erkennen dat je een probleem hebt!

    Hardop toegeven dat je een alcoholprobleem hebt betekent ook de volgende stap nemen: het aanpakken van je probleem.

    Als er iets is dat alle mensen met een alcoholverslaving gemeen hebben dan is het ontkennen en minimaliseren van de verslaving.

    “ik ben gewoon sociaal drinker”, “het is allemaal zo erg niet”, “ik heb alles onder controle”, “ze overdrijven”

    Wat weten we nu over alcoholverslaving?

    • Het is een chronische hersenziekte.
    • Er is een oncontroleerbaar verlangen naar alcohol, je hebt een steeds hogere tolerantie en als je niet drinkt ervaar je fysieke en/of psychologische ontwenningsverschijnselen.
    • Je minimaliseert je gebruik en/of drinkt stiekem.

    Succesvol stoppen met drinken

    De eerste stap om succesvol te stoppen met drinken is de persoonlijke beslissing dat je klaar bent om te veranderen.

    Het is belangrijk dat het je eigen beslissing is en dat je er 100% achterstaat. Als je stopt onder druk van je omgeving of omdat je partner het wil is de kans op succes bijzonder klein. Zolang je het gevoel hebt dat je iets wordt afgenomen blijft het een onmogelijk gevecht.

    Behandelplan opstellen

    Samen stellen we een plan op voor het stoppen met drinken. De therapie om de onderliggende problemen aan te pakken die tot het drinken hebben geleid, en strategieën om terugval te voorkomen. Maar eventueel ook medicatie om de ontwenningsverschijnselen te verminderen,

    Herval is een wezenlijk onderdeel van herstel

    Joris Vivijs –

    Succesvol stoppen met drinken is een proces. Herval hoort daar spijtig genoeg bij. Het is belangrijk om dit te onthouden. Al te vaak geven mensen het op omdat ze een terugval hebben en er vanuit gaan dat het hen toch niet zal lukken. Terwijl we uit onderzoek weten dat het er gewoon bij hoort.

    Kennisbank · Emotieregulatie

    Meer zelfvertrouwen

    Wat zelfvertrouwen is, waar het vandaan komt, en hoe je het oefent in plaats van het af te wachten.

    Dit stuk legt uit. Het stelt geen diagnose en het vervangt geen intake.

    “Hoe krijg ik meer zelfvertrouwen?” het is bij uitstek de meest gestelde vraag in mijn praktijk.

    Want mensen met veel zelfvertrouwen hebben doorgaans veel vrienden, ze zijn tevredener met hun relaties dan anderen. Ze voelen zich meer ontspannen en zijn minder vatbaar voor stress. Daarenboven zorgt hun positief zelfbeeld ervoor dat ze minder last hebben van angsten en minder vatbaar zijn voor depressie en burn-out of andere psychische moeilijkheden. En tot slot: vrouwen en mannen met een gezonde dosis zelfvertrouwen presteren beter en brengen het verder in het leven.

    Nogal logisch dat we dat ook willen. En hoewel we het vaak hebben over zelfvertrouwen zijn er maar weinigen die kunnen uitleggen wat zelfvertrouwen nu juist is, laat staan hoe je er meer van krijgt.

    Ik heb het nog nooit gedaan, dus ik denk dat ik het wel kan!

    Pippi Langkous –

    Wat is zelfvertrouwen en waaruit bestaat het?

    Zelfvertrouwen speelt een belangrijke rol in hoe je jezelf ziet en hoe je omgaat met verschillende situaties in het leven. Het helpt je om jezelf te waarderen en te respecteren, wat bijdraagt aan een positief zelfbeeld en een grotere tevredenheid in het leven.

    Zelfvertrouwen bestaat uit twee delen:

    • Geloof in eigen kunnen: verwijst naar het vertrouwen dat je hebt in je eigen capaciteiten, vaardigheden en talenten om taken uit te voeren, uitdagingen aan te gaan en doelen te bereiken. Het is een cruciaal onderdeel van zelfvertrouwen en stelt je in staat om met vertrouwen en vastberadenheid verschillende situaties in het leven aan te pakken.
    • Geloof in eigen-waarde: zelfwaardering of eigenwaarde, is het besef en de waardering van je eigen intrinsieke waarde als individu. Het gaat om het accepteren en respecteren van jezelf, ongeacht je prestaties, fouten, of wat anderen van je denken. Een gezond gevoel van eigenwaarde is essentieel voor je mentale en emotionele welzijn.

    Bekijk ook: zelfvertrouwen kweken

    Waarom is zelfvertrouwen zo belangrijk

    Fundamenteel zelfvertrouwen komt van binnenuit. Het is een gevolg van zelfbewustzijn en zelfacceptatie, en is cruciaal voor je veerkracht en mentaal welzijn.
    Heb je fundamenteel zelfvertrouwen dan geloof je in je eigen waarde en capaciteiten, zelfs bij mislukkingen of tegenslagen. Je begrijpt dat fouten en tegenslagen onderdeel zijn van het leven en een kans om te leren en te groeien, in plaats van een directe bedreiging voor je gevoel van eigenwaarde.

    Bovendien zorgt fundamenteel zelfvertrouwen er voor dat je authentiek en trouw aan jezelf blijft. Je hebt immers niet meer de behoefte om je anders voor te doen dan wie je echt bent, alleen maar om te beantwoorden aan de verwachtingen van anderen. Je bent comfortabel met wie je bent en zelfverzekerd.

    Het grootste vertrouwen is vertrouwen hebben in jezelf.

    Joris Vivijs –

    Wat is de oorzaak van te weinig zelfvertrouwen?

    Zelfvertrouwen ontwikkelt zich in de kinderjaren. Naast persoonlijke karaktereigenschappen speelt de sociale omgeving een cruciale rol. Wanneer je bijvoorbeeld erg beschermd opgevoed bent, kan het zijn dat je niet geleerd hebt om een eigen mening te vormen en zelf dingen te ondernemen.

    Als je ouder wordt uit dit zich in je gedrag. Je durft weinig initiatief te nemen of iets niet te zeggen, omdat je bang bent dat een ander vindt dat je iets stoms zegt. Hierdoor behaal je geen successen en krijg je geen bevestiging dat je iets wel kan. Je zelfvertrouwen neemt nog meer af en dit resulteert in nog minder positieve ervaringen. Je komt in een negatieve spiraal terecht.

    Hetzelfde gebeurt wanneer mensen in je omgeving altijd kritiek hebben op je gedrag of prestaties, of wanneer je bent gepest. Ook dit zorgt ervoor dat je aan jezelf gaat twijfelen en dingen uit de weg gaat, waardoor je zelfvertrouwen afneemt of zich niet ontwikkelt.

    Wat zijn de symptomen van te weinig zelfvertrouwen/te laag zelfbeeld?

    • Je bent afhankelijk van de mening van anderen om te bepalen of je iets goed hebt gedaan.
    • Je piekert regelmatig over mogelijke negatieve beoordelingen van anderen.
    • Je ziet dingen vaak in zwart-wit, zonder ruimte voor grijstinten.
    • Je bent ervan overtuigd dat je absoluut geen fouten mag maken.
    • Je vergelijkt jezelf constant met anderen en concludeert daarbij altijd dat zij beter zijn.
    • Je focust je uitsluitend op wat je nog niet hebt bereikt, in plaats van op behaalde successen.
    • Het streven naar perfectie wordt een schild om kritiek of teleurstelling van anderen af te weren.
    • Ontvangen kritiek voelt pijnlijk en bevestigt je negatieve zelfbeeld.

    Wat zijn de gevolgen van te weinig zelfvertrouwen?

    Een gebrek aan zelfvertrouwen heeft een grote invloed hebben op de manier waarop je in het leven staat. Je voelt je niet vrij om dat te doen wat belangrijk is voor jezelf of wat je echt nodig hebt. Je geeft je eigen grenzen niet aan en gaat moeilijke sitiaties uit de weg.

    Te weinig zelfvertrouwen en langdurige onzekerheid kan allerlei gevolgen hebben voor je gezondheid, sociale leven, relatie en werk.

    Meer zelfvertrouwen krijgen

    Hoe krijg je nu meer zelfvertrouwen of vergroot je je zelfvertrouwen? Belangrijk om weten is dat een gezonde dosis zelfvertrouwen altijd een balans is tussen vaardigheid en waardigheid.

    • Vaardigheid: het ontwikkelen en versterken van je vaardigheden draagt bij aan een groter gevoel van zelfvertrouwen.
    • Waardigheid: gaat over het accepteren en waarderen van jezelf zoals je bent, ongeacht je prestaties of wat anderen van je denken.

    De grootste denkfout is ervan uitgaan dat je door meer en beter te presteren ook meer zelfvertrouwen krijgt. Wanneer je zelfvertrouwen uitsluitend gebaseerd is op prestaties, ben je juist gevoeliger voor kritiek, mislukking en tegenslag, omdat je gevoel van eigenwaarde afhangt van externe validatie.

    Door jezelf los te koppelen van de druk om altijd te presteren en je te concentreren op het zelf vergroten van je gevoel van eigenwaarde zorg je voor gezond zelfvertrouwen. Dit doe je door:

    1. Je focus te verleggen van prestaties naar persoonlijke groei en ontwikkeling.
    2. Te leren van mislukkingen en tegenslagen en deze als kansen voor groei te zien.
    3. Gezonde grenzen te stellen en je eigen behoeften en welzijn op de eerste plaats te zetten.

    De invloed van je zelfbeeld op je zelfvertrouwen

    Zelfbeeld is de manier waarop je over jezelf denkt. Dit is medebepalend voor hoe je je voelt en welke acties je onderneemt. Het zelfbeeld heeft een grote invloed op het zelfvertrouwen.

    Je zelfbeeld wordt gedurende je leven gevormd, door de ervaringen die je hebt, de omgeving waarin je opgroeit en de mensen met wie je tijd doorbrengt. Als je negatieve ervaringen hebt gehad, zoals het slachtoffer zijn van pesten of regelmatig buitengesloten worden, dan kan dit vaak resulteren in een negatief of laag zelfbeeld.

    Bij het zelfbeeld hoort niet alleen zelfkennis, maar ook het ‘ik-ideaal’; hoe je zou willen zijn. De vergelijking tussen ‘zo ben ik’ en ‘zo zou ik willen zijn’ is een denkproces waar je actief moet aan werken.

    Kennisbank · Relaties

    Relatietherapie: hoe je elkaar terugvindt

    Relatieproblemen horen bij een relatie. Wat cognitieve relatietherapie daaraan doet.

    Dit stuk legt uit. Het stelt geen diagnose en het vervangt geen intake.

    Relatieproblemen zijn inherent aan relaties. Ze gaan samen zoals spek en eieren, het één kan niet zonder het ander. Het samen overwinnen van deze obstakels maakt je sterker als koppel.
    Wanneer je het gevoel hebt dat je er onder elkaar niet uitkomt is relatietherapie zinvol.

    Relatietherapie is geen quick fix of een magische oplossing voor alle relatieproblemen. Het vereist inzet, openheid en toewijding van jullie beiden om veranderingen aan te brengen en te werken aan het verbeteren van de relatie.

    Bovendien is relatietherapie niet alleen bedoeld voor wanneer de problemen huizenhoog zijn; het is even nuttig wanneer jullie gewoon de relatie wil versterken en verdiepen.

    70% van de koppels beslist om samen verder te gaan na de relatietherapie.

    Een gezonde relatie is niet zozeer een kwestie van geluk hebben, maar van bereid zijn om samen te werken aan het opbouwen van iets moois.

    Joris vivijs –

    CBCT (Cognitive-Based Couple Therapy)

    Cognitive-Based Couple Therapy (CBCT) is een vorm van relatietherapie die gericht is op het veranderen van de cognitieve processen en gedragspatronen die bijdragen aan relatieproblemen. CBCT is ontwikkeld door Neil Jacobson en Andrew Christensen en is gebaseerd op de cognitieve gedragstherapie (CGT).

    In CBCT gaan we ervan uit dat de manier waarop je over jezelf, je partner en jullie relatie denkt van invloed is op hoe je jezelf voelt en gedraagt in de relatie. Door deze denkpatronen te onderzoeken en te veranderen, leren jullie om op een meer effectieve manier met elkaar om te gaan.

    Lees ook: how much CBCT and EFCT really differ

    In CBCT werken we samen om jullie problemen op te lossen en de tevredenheid over jullie relatie te verbeteren. Dit gebeurt tijdens de sessie maar ook door middel van oefeningen en huiswerkopdrachten die gericht zijn op:

    • Communicatie verbeteren: Het is essentieel om open, eerlijke en respectvolle communicatie te bevorderen. Dit omvat het uiten van gevoelens en behoeften, het leren luisteren naar de standpunten van je partner en het ontwikkelen van effectieve probleemoplossende vaardigheden.
    • Negatieve gedachten en overtuigingen aanpakken: CBCT helpt jullie om negatieve of destructieve gedachten en overtuigingen over elkaar te identificeren en uit te dagen. Dit helpt om conflicten te verminderen en de tevredenheid over de relatie te verbeteren.
    • Het versterken van positieve interacties: Het is belangrijk om tijd te besteden aan het versterken van positieve interacties en het herontdekken van plezier en verbondenheid in de relatie. Dit kan betekenen dat je samen tijd doorbrengt, de dingen waardeert die je leuk vindt aan je partner en de dingen die je leuk vindt in je relatie.
    • Het ontwikkelen van empathie: Leren om empathisch te zijn voor de gevoelens en ervaringen van je partner helpt om het begrip en de verbondenheid in de relatie te versterken.
    • Het omgaan met stress en conflicten: CBCT helpt bij het ontwikkelen van strategieën om effectief met stress en conflicten om te gaan, zoals het leren om rustig en respectvol te blijven tijdens meningsverschillen, het zoeken naar compromissen en het beheren van stress buiten de relatie.

    Samengevat

    Cognitive-Based Couple Therapy (CBCT), ook bekend als Integrative Behavioral Couple Therapy (IBCT) leidt tot meer bevredigende en veerkrachtige relaties. Het is belangrijk op te merken dat de effectiviteit van Integratieve Cognitieve Koppeltherapie afhangt van de betrokkenheid en motivatie van jullie als koppel, evenals de vaardigheid en ervaring van de therapeut, in casu ik.

    CBCT heeft twee belangrijke componenten:

    1. Gedragsinterventies: De gedragscomponent richt zich op het identificeren en veranderen van gedragingen die bijdragen aan jullie relationele problemen. Samen identificeren we de specifieke gedragingen zoals kritiek, terugtrekking, defensiviteit of minachting, die de relatie negatief beïnvloeden. Vervolgens help ik jullie nieuwe gedragspatronen te ontwikkelen die bijdragen aan een meer bevredigende en ondersteunende relatie.
    2. Cognitieve interventies: De cognitieve component richt zich op het identificeren en veranderen van negatieve denkpatronen en overtuigingen die bijdragen aan jullie relatieproblemen. Ik help om denkpatronen te herkennen en uit te dagen, zoals het maken van negatieve aannames over elkaar, het toekennen van negatieve intenties of het catastrofaal denken over de toekomst van de relatie. Door deze overtuigingen te herstructureren en te vervangen door meer adaptieve gedachten leren jullie effectiever communiceren en probleemoplossend handelen.

    Naast deze twee componenten is er ook een focus op het ontwikkelen van emotionele acceptatie en empathie binnen de relatie. Dit helpt jullie om beter te begrijpen en te accepteren hoe je partner denkt en voelt. En dat zorgt dan weer voor een grotere emotionele verbondenheid en wederzijds begrip.

    Wat weten we nu van CBCT (Cognitive Based Couple Therapy)?

    • Empirisch bewijs toont aan dat relatietherapie de stress in een relatie verminderd en de kwaliteit van de relatie verbeterd.
    • Steunt op de principes van sociale leertheorieën en richt zich op de wisselwerking tussen cognities, gedragingen en emotionele reacties van partners
    • CBCT is erop gericht om communicatievaardigheden te versterken, zodat jullie veilig je behoeften en emoties kunnen uiten zonder het risico te lopen op negatieve reacties van je partner.

    Kennisbank · Stemming

    Wat is een bipolaire stoornis?

    Het verschil tussen type 1 en type 2, de kenmerken, en de plek van cognitieve gedragstherapie.

    Dit stuk legt uit. Het stelt geen diagnose en het vervangt geen intake.

    De bipolaire stoornis, vroeger gekend als een manische-depressie, is een stemmingsstoornis die gekenmerkt wordt door de afwisseling van episodes met manie en episodes met depressie, daartussen zitten vaak stabiele periodes.

    Een (hypo)manie is een psychische toestand van een verhoogde, overactieve en uitgelaten stemming. Je voelt je opgewonden en opgetogen en je vertoont vaak impulsief en overmoedig gedrag, zonder na te denken over de mogelijke gevolgen. Andere symptomen van manie zijn: een verminderde behoefte aan slaap, spraakzaamheid, racing thoughts (gedachten die snel en onsamenhangend zijn), extreem gelukkig en zelfverzekerd zijn, een verhoogde seksuele drift, een verhoogde energie, en een verhoogde activiteit.

    Een depressieve episode bij een bipolaire stoornis loopt gelijk met de symptomen van een klinische depressie.

    De verschillen tussen een bipolaire stoornis type 1 & type 2

    Het verschil tussen een bipolaire stoornis type 1 en type 2 zich voornamelijk richt op de ernst van de manische episodes.

    Bipolaire stoornis type 1 wordt gekenmerkt door ten minste één manische episode die langer dan een week duurt en gepaard gaat met symptomen zoals een verhoogde stemming, verhoogde energie, verminderde slaapbehoefte, ongewone verlangens of ideeën, impulsief gedrag en onrealistisch gevoel van eigenwaarde of macht. Deze manische episodes kunnen worden gevolgd door episodes van depressie.

    Bipolaire stoornis type 2 daarentegen wordt gekenmerkt door een of meer hypomane episodes en ten minste één depressieve episode. Hypomanie is een minder ernstige vorm van manie, waarbij de symptomen minder ernstig zijn en minder invloed hebben op het dagelijks functioneren van een persoon. Hypomanie kan echter leiden tot impulsieve of risicovolle gedragingen en kan overgaan in een manische episode.

    Lees ook: Gezondheid en Wetenschap – de bipolaire stoornis

    Kenmerken van de bipolaire stoornis

    Een bipolaire stoornis is een chronische aandoening die helaas niet te genezen is. Terugvalrisico’s zijn vrij groot bij deze stoornis. Als de behandeling wordt stopgezet, kunnen er nieuwe episodes van manie of depressie ontstaan. Het is belangrijk om de behandeling vol te houden, want hoe langer je stabiel blijft, hoe kleiner de kans wordt op toekomstige manische of depressieve episodes.

    • Anders dan bij een depressie vergt een bipolaire stoornis medicamenteuze behandeling. En bij een manische episode (type 1) is vaak een opname noodzakelijk.
    • Er worden verschillende soorten medicatie gebruikt. Onder andere stemmingsstabilisatoren, antidepressiva en antipsychotica.
    • Ook als je stabiel bent blijft behandeling noodzakelijk. Dit om nieuwe episoden te voorkomen of het vroegtijdig herkennen van nieuwe episoden zodat sneller kan worden ingegrepen.

    Behandeling van de bipolaire stoornis met Cognitieve Gedragstherapie

    De behandeling van een bipolaire stoornis richt zich vooral op het voorkomen van nieuwe episodes. Via de Cognitieve gedragstherapie focussen we op 3 domeinen:

    • Psycho-educatie: je krijgt inzicht in de symptomen en het verloop van (hypo)manische en depressieve episodes. Wanneer je meer weet over de stoornis, verhoogt de therapietrouw en de zelfredzaamheid en wordt de kans op herval kleiner.
    • Adequate begeleiding: een episode wordt vaak uitgelokt door gebeurtenissen die ook mensen zonder bipolaire stoornis (on)gelukkig maken.
    • Zelfzorg: stress verhoogt de kans op terugval. Lichaamsbeweging, regelmatig slapen en een gezond dieet helpen te ontspannen.

    Wat weten we nu over de bipolaire stoornis.

    • Is een stemmingsstoornis waar episodes met manie gevolgd worden door een depressie.
    • Veroorzaakt veel psychisch lijden, 1 op 2 onderneemt een zelfmoordpoging.
    • Het strikt nemen van de medicatie is heel belangrijk.

    Kennisbank · Emotieregulatie

    Stress: wat het met je doet en wat helpt

    Een beetje stress helpt je presteren. Aanhoudende stress niet. Hoe je die leert beheersen.

    Dit stuk legt uit. Het stelt geen diagnose en het vervangt geen intake.

    Stress is een fysieke en emotionele reactie op externe druk, die kan variëren van positieve ervaringen zoals het krijgen van een promotie op het werk tot negatieve situaties zoals verlies van werk of overlijden van een geliefde.

    In kleine doses is stress zelfs noodzakelijk, het motiveert je en helpt je beter presteren in bepaalde situaties. Maar als stress niet goed wordt beheerd of te lang aanhoudt, kan het leiden tot fysieke en psychische problemen zoals angst, depressie, hoge bloeddruk, hart- en vaatziekten, verminderd immuunsysteem en slaapstoornissen.

    Het is belangrijk om je stress te leren beheersen door middel van gezonde coping-mechanismen.

    Deze quote gaat over het loslaten van stressvolle gedachten en bewust worden van hoe deze gedachten ons kunnen beïnvloeden. Het is een herinnering dat we niet altijd controle hebben over de dingen die ons stress geven, maar wel controle hebben over hoe we ermee omgaan.

    Stressbeheersing

    Het is niet de gebeurtenis zelf die je stress bezorgt, maar de manier waarop je de gebeurtenis interpreteert. Je gedachten en gevoelens zijn immers gekleurd door wat je hebt geleerd en meegemaakt. Wanneer je negatieve gedachten en gevoelens ervaart bij een gebeurtenis heeft dit een grote invloed op hoe je je gedraagt (omgaat met de situatie).

    Via het ABC-schema leer je het verband leggen tussen hoe je denkt, hoe je je voelt (zowel emotioneel als lichamelijk) en hoe je je gedraagt als reactie op je gedachten en gevoelens. Deze factoren (gedachten, emoties, lichamelijke gevoelens en gedrag) beïnvloeden elkaar en komen voort uit de manier waarop jij de wereld waarneemt.

    Heel vaak is jouw perceptie van de gebeurtenissen belangrijker in het bepalen van hoe je je voelt dan de werkelijkheid zelf.

    Met andere woorden de manier waarop je over dingen denkt (cognities) beïnvloedt de manier waarop je je voelt (emoties en lichamelijke gevoelens/sensaties), en wat je als gevolg daarvan doet (gedrag).

    Cognitieve vervormingen

    Cognitieve vervormingen zijn ongezonde overtuigingen over iets, iemand of een situatie. Het zijn verkeerde interpretaties van wat er om je heen gebeurt. Ze zijn meestal automatisch en het is moeilijk op te merken dat je ze hebt. Hieronder geef ik enkele van de meest voorkomende.

    1. Zwart-wit denken: situaties zien als alles-of-niets en het ontbreken van grijstinten.
    2. Overgeneralisatie: algemene conclusies trekken op basis van één enkele gebeurtenis.
    3. Mentale filter: specifieke details uitvergroten die passen bij de negatieve perceptie van een situatie, en het negeren van positieve aspecten.
    4. Persoonlijke fout: jezelf de schuld geven van negatieve gebeurtenissen en niet in staat zijn om externe factoren te zien die bijdragen aan de situatie.
    5. Labeling: jezelf of anderen beoordelen op basis van één kenmerk of gedrag.
    6. Overdrijven: de ernst van een situatie uitvergroten en catastrofale conclusies trekken.
    7. Moeten en eisen: rigide verwachtingen over hoe dingen zouden moeten zijn en jezelf onder druk zetten om aan deze verwachtingen te voldoen.

    We ontwikkelen cognitieve vervormingen als reactie op bepaalde levenservaringen en psychologische factoren. Deze vervormingen zijn adaptieve reacties op stressvolle situaties in plaats van logisch redeneren.

    Met behulp van de Cognitieve Gedragstherapie daag ik je uit om je denkpatronen en overtuigingen kritisch te bekijken en cognitieve vervormingen te vervangen door meer realistische en helpende gedachten. Hierdoor vermindert je emotionele onrust en stress.

    Kennisbank · Depressie

    Chronische depressie

    Dysthymie is een somberheid die blijft hangen. Hoe vaak het voorkomt, en welke klachten erbij horen.

    Dit stuk legt uit. Het stelt geen diagnose en het vervangt geen intake.

    Dysthymie of de chronische depressie wordt gekenmerkt door een continue sombere stemming. Je hebt geen plezier in het leven. Je functioneert wel maar alle levenslust ontbreekt. Deze gevoelens duren al langer dan twee jaar.

    Een chronische depressie gaat gepaard met slaapproblemen, eetstoornissen, verminderde energie, concentratieproblemen, en gevoelens van wanhoop. Het grote verschil met een klinische depressie is dat de intensiteit van de negatieve gevoelens minder is. Maar dat maakt niet dat de impact minder groot is. Je sociale contacten lijden eronder en vaak beland je zo in isolement.

    Wanneer je een chronische depressie hebt ben je ook vatbaarder voor een klinische depressie. Je kan dus wel degelijk een dubbele depressie oplopen dan!

    Elke dag wakker worden voelt als een strijd. Een grijs, loodzwaar gevoel blijft voortdurend hangen, ongeacht hoe zonnig de dag buiten is. Als dit je bekend voorkomt, dan leef je misschien met een chronische depressie of dysthymie.

    Hoe vaak komt een chronische depressie voor?

    Net zoals een gewone depressie treft de chronische depressie meer vrouwen dan mannen. Geschat wordt dat ongeveer 2% van de Vlamingen te kampen heeft met een chronische depressieve stemmingsstoornis. De eerste tekenen treden in de helft van de gevallen op vóór de leeftijd van 25 jaar, en worden dan soms moeilijk herkend omdat men ze als natuurlijk onderdeel van het leven beschouwt.

    Een chronische depressie kan ook samengaan met andere psychische problemen zoals angststoornissen, persoonlijkheidsstoornissen en verslavingen. In het bijzonder is er bij jonge vrouwen vaak een overlap met eetstoornissen zoals boulimie en anorexia.

    Kenmerkend voor een chronische depressie is dat sombere periodes afgewisseld worden met periodes waarin men zich wat beter voelt. Deze duren echter nooit langer dan twee maanden.

    Lees ook: Gezondheid en Wetenschap – de chronische depressie

    Hoe ontstaat een chronische depressie?

    • Biologische factoren: Erfelijkheid of genetische voorbestemdheid spelen de voornaamste rol in de biologische oorzaken van depressie. Het is opmerkelijk dat depressie in sommige families vaker voorkomt dan in andere. Vrouwen hebben twee keer meer kans om een depressie te krijgen dan mannen. Andere biologische elementen die mogelijk bijdragen zijn stress, hormonale disbalans of een haperend immuunsysteem. Daarnaast kan het gebruik van bepaalde medicijnen, alcohol en drugs ook een depressie in de hand werken.
    • Psychische factoren: Sommige persoonlijkheidskenmerken of karaktertrekken, zoals faalangst, weinig zelfvertrouwen, een laag zelfbeeld en moeite om steun te vragen kunnen het risico op depressie vergroten. Maar vaak zijn er geen direct aanwijsbare oorzaken. Daarom dat je je met een depressie zo onbegrepen en alleen voelt.
    • Sociale factoren: Ingrijpende gebeurtenissen zoals een overlijden of het verlies van je job kunnen leiden tot langdurige gevoelens van somberheid. Maar ook traumatische ervaringen in het verleden, zoals misbruik, kunnen veel later uitmonden in een depressie. Soms sluipt een chronische depressie erin omdat je al zo lang eenzaam bent of geen sociaal vangnet kent.

    Meestal ontstaat een chronische depressie door een combinatie van verschillende factoren.

    De symptomen van een chronische depressie

    Het is belangrijk om te beseffen dat, hoewel deze symptomen kenmerkend zijn voor chronische depressie, ze ook kunnen voorkomen bij andere aandoeningen of als gevolg van bepaalde levensomstandigheden

    1. Neerslachtige stemming: Je voelt je de hele dag door depressief, verdrietig, hopeloos of “leeg”
    2. Verminderde interesse in dagelijkse activiteiten: Je hebt weinig interesse of totaal geen plezier meer in activiteiten die je vroeger graag deed.
    3. Gewichtsveranderingen of veranderingen in eetlust: Je eet meer of minder dan gewoonlijk, wat kan leiden tot een significante gewichtstoename of -verlies.
    4. Slaapproblemen: Zowel moeite hebben met slapen (insomnia) of juist te veel slapen (hypersomnia) komen voor.
    5. Vermoeidheid of een gebrek aan energie: Je voelt je bijna elke dag moe of uitgeput, ook al heb je 8u geslapen.
    6. Gevoelens van waardeloosheid of buitensporige schuldgevoelens: Deze gevoelens zijn niet in verhouding tot de feitelijke situatie.
    7. Moeite met concentratie of besluitvorming: Je vindt het moeilijk om je te concentreren, beslissingen te nemen, of helder na te denken.
    8. Terugkerende gedachten aan dood of zelfmoord: Je denkt vaak na over de dood, er niet meer zijn lijkt een uitweg of je overweegt soms zelfmoord.

    Wat weten we nu over de chronische depressie.

    • Minder intens dan een gewone depressie.
    • Duurt langer dan twee jaar.
    • Sombere periodes worden afgewisseld met periodes waarin men zich wat beter voelt.

    Kennisbank · Angst

    BDD: wanneer je beeld van jezelf niet klopt

    Body dysmorphic disorder, of dysmorfofobie: een verstoord lichaamsbeeld, de klachten, en de behandeling.

    Dit stuk legt uit. Het stelt geen diagnose en het vervangt geen intake.

    BDD (Body Dysmorphic Disorder) of Dysmorfofobie wordt ook wel ingebeelde lelijkheid genoemd. Deze stoornis zorgt voor een verstoord lichaamsbeeld. Je vindt jezelf of een bepaald deel van je lichaam niet mooi. BDD zorgt ervoor dat je héél veel last hebt van gedachten over je uiterlijk die niet te stoppen zijn. En het beïnvloedt een groot deel van je dagelijks functioneren.

    BDD (Body Dysmorphic Disorder) heeft kenmerken van de sociale fobie en van de dwangstoornis (OCS). Dysmorfofobie wordt dan ook behandeld met de Cognitieve gedragstherapie en eventueel medicamenteus ondersteund met een SSRI.

    Dysmorfofobie kan elk deel van het lichaam beïnvloeden, maar vaak gaat het over het gezicht, de huid, het haar of het gewicht. Je kan elke dag meerdere uren besteden aan het controleren, verzorgen of zoeken van geruststelling over je uiterlijk. Je vermijdt sociale situaties en zoekt soms naar cosmetische of medische behandelingen, zoals plastische chirurgie, om de vermeende gebreken te corrigeren.

    BDD is a preoccupation with perceived physical flaws.

    Een persoon met Body Dysmorphic Disorder ziet niet wat anderen zien. Ze zien alleen wat ze denken te zien en het is meestal veel erger dan wat er echt is.Joris Vivijs –

    Kenmerken van BDD

    Je vindt dat je leven niets waard is door hoe je eruitziet. Je probeert anderen te overtuigen van je lelijkheid maar zij zien het niet of slechts minimaal. Je zoekt constant bevestiging en geruststelling over je uiterlijk. Het kost je veel tijd en ontzettend veel moeite om naar buiten te gaan. Als je over straat loopt denk je constant dat anderen je beoordelen of negatief denken over je fysieke verschijning.

    Lees ook: Stoornis van de lichaamsbeleving

    Symptomen van BDD

    • Een obsessie met één of meerdere aspecten van het uiterlijk, zoals de huid, neus, haar of lichaamsvorm.
    • Veel tijd besteden aan het controleren van het uiterlijk, zoals vaak in de spiegel kijken, foto’s maken van zichzelf en andere mensen vragen om geruststelling.
    • Herhaaldelijk cosmetische of medische behandelingen zoeken om vermeende fysieke tekortkomingen te corrigeren, zoals plastische chirurgie, tandheelkundige ingrepen of dermatologische behandelingen.
    • Vermijden van sociale situaties of zich ongemakkelijk voelen in sociale situaties vanwege vermeende fysieke tekortkomingen.
    • Lijden aan aanzienlijke emotionele nood en angst.
    • Verstoring van het dagelijks leven en beperking van het functioneren.
    • Andere psychische problemen, zoals depressie, angst of obsessieve-compulsieve stoornis.

    Leven met BDD of ingebeelde lelijkheid

    Een verstoorde lichaamsbeleving is van alle tijden. De Italiaanse psychiater, Enrico Morselli, beschreef BDD voor het eerst meer dan 100 jaar geleden. Maar recente cijfers tonen dat het aantal mensen dat lijdt aan ingebeelde lelijkheid steeds sneller toeneemt. Vooral onder scholieren en studenten. Naar schatting 12% van de patiënten bij dermatologen en plastisch chirurgen heeft dysmorfofobie.

    Wanneer BDD niet behandeld wordt neemt het steeds grotere vormen aan. Het obsessief bezig zijn met het uiterlijk kan soms wel 8u per dag in beslag nemen. Bijna elke activiteit wordt zo onmogelijk. Daarbij zijn er de gevoelens van angst voor afwijzing en een laag zelfbeeld, schaamte, verlegenheid en onwaardigheid. Vooral het idee dat nooit iemand liefde kan voelen voor zo’n lelijk persoon is heel aanwezig.

    Behandeling van BDD of Dysmorfofobie

    Cognitieve gedragstherapie geeft de beste resultaten bij het behandelen van BDD. We focussen op 2 aspecten. Enerzijds het afbouwen van het gedrag dat de dysmorfofobie in stand houdt (zoals het veelvuldig checken in de spiegel of het constant geruststelling vragen) en het opgeven van vermijding. Daarnaast het onderzoeken van je opvattingen over uiterlijk en het veranderen van je lichaamsbeleving.

    Wat weten we nu over Body Dysmorphic Disorder?

    • Is een stoornis van de lichaamsbeleving.
    • Heeft een enorme impact op de levenskwaliteit.
    • Is goed te behandelen met de combinatie CGT en SSRI.

    Kennisbank · Angst

    Wat is een fobie?

    Een fobie is een intense angst voor iets specifieks. Hoe ze ontstaat, en hoe je haar behandelt.

    Dit stuk legt uit. Het stelt geen diagnose en het vervangt geen intake.

    Iedereen is wel ergens bang voor. Maar een fobie is een intense, irrationele angst voor iets specifieks, zoals objecten, situaties of dieren. In sommige gevallen zorgt je fobie ervoor dat je belemmerd wordt in je dagelijks functioneren. Denk bijvoorbeeld aan angst voor de lift wanneer je op de 8e verdieping werkt en daardoor dagelijks de trap moet nemen.

    Er bestaan veel verschillende soorten fobieën, enkele van de meer bekende zijn agorafobie (angst voor open ruimtes), arachnofobie (angst voor spinnen), acrofobie (hoogtevrees), en claustrofobie (angst voor kleine ruimtes). Maar eigenlijk kan je voor alles een fobie ontwikkelen.

    Angst is een natuurlijke reactie op een gevaarlijke situatie. Maar wanneer je last hebt van een fobie ga je het gevaar voor een bepaalde situatie of object overschatten. Je krijgt dan angstsymptomen zoals hartkloppingen en benauwdheid. Je krijgt het gevoel dat je de situatie niet aankunt waardoor je angst nog toeneemt en je in paniek raakt.

    Fobieën zijn angsten die je verkregen hebt, niet waarmee je geboren bent.Joris Vivijs –

    Kenmerken van een fobie

    1. Intense angst: Je angst voor het specifieke object, situatie of dier is abnormaal sterk en ongecontroleerd.
    2. Irrationeel: Je angst is niet in verhouding tot de werkelijke gevaren van het specifieke object, situatie of dier.
    3. Vermijdingsgedrag: Je probeert de angst te vermijden door het object, de situatie of het dier uit de weg te gaan.
    4. Onvermogen om te functioneren: Je angst beïnvloed je dagelijks leven en je prestaties.
    5. Fysieke reacties: Je ervaart (soms) fysieke reacties, zoals hartkloppingen, zweten, trillen en duizeligheid, wanneer je wordt blootgesteld aan het angstaanjagende object, de situatie of het dier.
    6. Onbeheersbaar: Je voelt je machteloos en de angst voelt onbeheersbaar, zelfs al weet je dat je angst irrationeel is.

    Lees ook: Wat is een fobie volgens Wikipedia

    Wat is het verschil tussen angst en een fobie?

    Angst is een emotionele reactie op een gevaarlijke situatie. Het is een automatische reflex van het lichaam om ons te beschermen en onze overlevingskansen te verhogen. Dit gebeurt door het activeren van het “vecht- of vluchtmechanisme” in ons lichaam, wat ons kracht geeft om te handelen in een bedreigende situatie.

    Een fobie is een intense en irrationele angst voor iets specifieks, zoals spinnen, hoogtes of open ruimten, die een belemmering vormt in het dagelijks leven. Terwijl angst normaal is in bepaalde situaties, is een fobie onredelijk en leidt deze tot vermijdingsgedrag.

    Hoe ontstaat een fobie?

    1 op de 5 mensen ervaart ergens in zijn leven irrationele angsten zoals hoogtevrees op een ladder of claustrofobie in een lift. Meestal verdwijnen die ook weer gewoon. Bij 1 op de 10 blijft de angst echter aanwezig en groeit verder uit tot een fobie.

    Iedereen kan een fobie ontwikkelen en we weten nog steeds niet exact waarom of hoe ze juist ontstaat. Specifieke of enkelvoudige fobieën, zoals spinnenangst (arachnafobie), ontstaan meestal in de kindertijd en zijn vaak doorgegeven door de ouders.
    Andere fobieën ontstaan meestal in de tienerjaren of bij jongvolwassenen. Wie zien dan vaak dat familieleden ook last hebben van fobieën, er is dus zeker een genetische component.

    Behandeling van een fobie

    Een fobie gaat (bijna) nooit vanzelf over. Je weet immers dat je angsten irrationeel zijn, het heeft dus niets met wilskracht of geloof in jezelf te maken.

    Cognitieve Gedragstherapie (CGT) is de meest efficiënte en snelste manier om van je fobie verlost te geraken. De behandeling bestaat uit 3 pijlers:

    1. Exposure en responspreventie (ERP): Exposure betekent het geleidelijk en systematisch blootstellen aan situaties, voorwerpen of gedachten die angst veroorzaken. Responspreventie verwijst naar het vermijden van veiligheidsgedrag of het stoppen van de gebruikelijke reacties op de gevreesde situatie.
    2. Cognitieve therapie: Richt op het identificeren en veranderen van angstige, negatieve gedachten en overtuigingen.
    3. Taakconcentratietraining (TCT): Is een cognitieve interventie die gericht is op het verbeteren van de concentratie en aandacht bij het uitvoeren van dagelijkse taken waarbij je je volledig concentreert op de sensorische ervaringen van de taak. Dit helpt om angst te verminderen, je prestaties te verbeteren en een groter gevoel van aanwezigheid en engagement in het leven te ervaren.

    Soms is het nodig om naast gedragstherapie ook medicamenteus te ondersteunen. Een SSRI heeft dan de voorkeur op benzodiazepines.

    Wat weten we nu over een Fobie.

    • Intense irrationele angst voor een object, dier of situatie.
    • Kan je leven ernstig ontwrichten.
    • Makkelijk te behandelen met de Cognitieve Gedragstherapie.

    Kennisbank · Emotieregulatie

    Emoties leren reguleren

    Een emotie zet je in beweging. Welke strategieën helpen als die beweging te heftig wordt.

    Dit stuk legt uit. Het stelt geen diagnose en het vervangt geen intake.

    Het woord emotie komt van het Latijnse ’emovere’ wat zoveel betekent als ‘in beweging brengen’. Een emotie brengt je in beweging als reactie op een gebeurtenis van buitenaf. Emoties zijn de belangrijkste drijfveer voor je gedrag.

    Een emotie is een innerlijke, subjectieve beleving zoals vreugde, angst, boosheid, verdriet en gaat samen met een lichamelijke reactie een gelaatsuitdrukking en een bepaald gedrag.

    Er gebeurt dus iets waardoor jij een emotie ervaart. Die gebeurtenis kan negatief zijn en een gevoel van angst of verdriet oproepen, maar de gebeurtenis kan ook positief zijn waardoor je een gevoel van veiligheid en blijheid krijgt. Als je verdriet voelt ga je huilen, wanneer je blijheid voelt ga je lachen. Een deel van onze emoties zijn aangeboren en een deel van onze emoties zijn aangeleerd.

    Het leerproces waarbij een neutrale gebeurtenis door associatie met een andere gebeurtenis die wel reactie oproept uiteindelijk zorgt dat je ook bij de neutrale gebeurtenis het gevoel en het gedrag van de andere gebeurtenis krijgt noemen we (klassieke) conditionering.

    Alles wat je geleerd hebt kan je ook weer afleren. Emotieregulatie steunt opt dit principe.Joris Vivijs –

    Emoties zijn functioneel. Ze maken duidelijk wat belangrijk is voor jou en via emoties heb je ook invloed op andere mensen.

    Problemen in Emotieregulatie

    Emoties ‘zelf’ zijn niet het probleem. De intensiteit ervan of de manier waarop ze je gedrag en denken beïnvloeden kunnen dat wel zijn.

    1. Je voelt en toont de juiste emotie, maar in een verkeerde intensiteit: ongerustheid was bijvoorbeeld op zijn plaats maar je reageerde te sterk en werd doodsbenauwd.
    2. Je voelt de juiste emotie maar uit die op een verkeerde manier: bijvoorbeeld je was terecht boos maar het was kinderachtig om langdurig te zwijgen als reactie.
    3. De derde vorm van misplaatst emotioneel reageren is erger dan de eerste twee en bovendien moeilijker om te veranderen. Het is niet zo dat je reactie te heftig is of de uitingsvorm onjuist. Je voelt totaal de verkeerde emotie. Je werd niet te bang of je uitte je angst niet verkeerd. Het probleem is dat je überhaupt niet bang had hoeven worden

    Lees ook: Emoties: een strakke beheersing of een soepel beheer

    Wat zijn emotieregulatiestrategieën?

    Richard Lazarus en Susan Folkman (allebei professor psychologie in Amerika) hebben veel bijgedragen aan ons begrip van emotieregulatie. Volgens hun model zijn er twee belangrijke coping-strategieën (emotieregulatiestrategieën) die mensen gebruiken om met stress en negatieve emoties om te gaan:

    1. Probleemgerichte coping: Deze strategieën zijn gericht op het aanpakken en veranderen van de bron van stress. Bijvoorbeeld, als je gestrest bent over een aankomend examen, zou een probleemgerichte coping-strategie kunnen zijn om een studieplan te maken en elke dag tijd te besteden aan het bestuderen van het materiaal. Probleemgerichte coping is meestal het meest effectief wanneer een individu controle heeft over de stressbron.
    2. Emotiegerichte coping: Deze strategieën zijn gericht op het beheersen en verminderen van de negatieve emoties die worden veroorzaakt door stress. Dit kan het gebruik van ontspanningstechnieken, het zoeken van emotionele steun van anderen, het proberen te kijken naar de situatie vanuit een ander perspectief, of het gebruik van afleidingstechnieken omvatten. Emotiegerichte coping is vaak nuttig wanneer de stressbron iets is waarover je weinig of geen controle hebt.

    Het is belangrijk op te merken dat geen enkele strategie altijd beter is dan de andere; de effectiviteit van een bepaalde strategie kan afhangen van de specifieke stressbron en de individuele omstandigheden. Bovendien gebruiken de meeste mensen een combinatie van probleemgerichte en emotiegerichte coping-strategieën.

    Het is niet zozeer de emotie zelf die het psychisch moeilijk maakt, maar de wijze waarop je de emotie beleeft en hoe je met de emotie omgaat.Joris Vivijs –

    Wat leer je bij Emotieregulatie

    Emotieregulatie heeft vooral tot doel niet overweldigd te raken door de intensiteit van je emoties. Enkele van de belangrijkste vaardigheden die je leert zijn:

    1. Bewustzijn van emoties: Je leert hoe je je eigen emoties kunt herkennen en benoemen, evenals de fysieke sensaties, gedachten en gedragingen die ermee gepaard gaan.
    2. Acceptatie van emoties: Je leert accepteren dat emoties een normaal en natuurlijk onderdeel van het menselijk ervaren zijn. Dit kan je helpen om minder reactief te zijn op je emoties en om je minder overweldigd te voelen.
    3. Inzicht in de oorzaken van emoties: Je leert de triggers voor je emoties herkennen, evenals de onderliggende gedachten en overtuigingen die je emotionele reacties beïnvloeden.
    4. Gebruik van coping strategieën: Je leert een reeks strategieën en technieken die je kunt gebruiken om met sterke emoties om te gaan. Dit kan ademhalingsoefeningen, mindfulness, zelfzorg, en het herstructureren van negatieve gedachten omvatten.
    5. Verbetering van de emotionele veerkracht: Je leert hoe je je veerkracht tegen emotionele stress kunt verbeteren, bijvoorbeeld door het opbouwen van positieve relaties, het beoefenen van goede zelfzorg en het nastreven van betekenisvolle activiteiten.

    Deze vaardigheden worden aangeleerd door middel van een combinatie van gesprekstherapie, oefeningen en “huiswerk” dat je tussen de therapiesessies door doet. Het kan enige tijd en oefening kosten om deze vaardigheden te ontwikkelen, maar ze maken een groot verschil in je vermogen om je emoties te beheren en je algehele welzijn te verbeteren.

    Wat weten we nu over emotieregulatie?

    • Het is een vaardigheid die je kan leren.
    • Cognitieve herstructurering om je emotionele reacties te veranderen.
    • Dialectische gedragstherapie om een evenwicht te vinden tussen acceptatie en verandering.

    Kennisbank · Angst

    Piekeren: wanneer gedachten op hol slaan

    Iedereen piekert. Een piekerstoornis is het moment waarop je de gedachten niet meer kunt parkeren.

    Dit stuk legt uit. Het stelt geen diagnose en het vervangt geen intake.

    Een piekerstoornis is een andere naam voor de gegeneraliseerde angststoornis (GAS).

    Kort samengevat is een piekerstoornis een specifieke angststoornis waarbij je voortdurend bezorgd of angstig bent over allerlei dingen, zonder dat daar een specifieke aanleiding voor is. Je zorgen en angsten zijn niet beperkt tot één situatie of gebeurtenis, maar gaan over verschillende aspecten van je leven.

    Je maakt je voortdurend zorgen over zaken zoals geld, gezondheid, werk, familie, vriendschappen of andere doodgewone activiteiten. Het is niet hetzelfde als normale bezorgdheid of dagelijkse beslommeringen. In plaats daarvan is piekeren bij een piekerstoornis intense, ongecontroleerde en onredelijke bezorgdheid over verschillende onderwerpen of situaties die vaak geen logische verklaring hebben. Je zorgen en angsten zijn overdreven en disproportioneel ten opzichte van de werkelijkheid.

    Symptomen van een piekerstoornis

    Bij een piekerstoornis heb je zowel mentale als fysieke klachten die je belemmeren je in je doen en laten. Hierdoor ontstaan er vaak problemen op je werk, in je relaties (partner, vrienden, familie) of in andere sociale situaties.

    Fysieke symptomen:

    • spierspanning
    • vermoeidheid
    • prikkelbaarheid
    • concentratieproblemen

    • slaapstoornissen
    • maag- darmklachten
    • stress- en spanningsklachten

    Als je een piekerstoornis hebt probeer je te vermijden om geconfronteerd te worden met situaties, gedachten of gevoelens die je angst en zorgen kunnen triggeren. Dit leidt tot vermijdingsgedrag en het uit de weg gaan van bepaalde activiteiten, sociale situaties of verantwoordelijkheden die jij als bedreigend ervaart.

    Enkele voorbeelden van vermijdingsgedrag zijn:

    1. Situaties of activiteiten die spanning of ongemak veroorzaken: vermijden om bijvoorbeeld de telefoon op te nemen of naar feestjes te gaan omdat je bang bent om fouten te maken of te falen.
    2. Situaties die confrontatie met je zorgen kunnen veroorzaken: vermijden om je zorgen te delen met anderen, uit angst voor het oordeel of de afwijzing van anderen.
    3. Situaties die onzekerheid kunnen veroorzaken: vermijden om beslissingen te nemen of verantwoordelijkheid te nemen voor iets, uit angst om de verkeerde keuze te maken.
    4. Situaties die risico’s met zich meebrengen: vermijden om nieuwe dingen uit te proberen of risico’s te nemen, uit angst voor het onbekende en de mogelijke negatieve gevolgen.

    Deze vermijdingsstrategieën dragen echter bij aan het in stand houden van de piekerstoornis. Het vermijden van bepaalde situaties en activiteiten leidt tot een vicieuze cirkel van vermijding en piekeren, waardoor het steeds moeilijker wordt om de piekerstoornis te doorbreken.

    Stoppen met piekeren

    Voor de behandeling van overmatig piekeren maken we gebruik van het Metacognitief Model van Adrian Wells en zijn collega’s. Het is gebaseerd op het idee dat niet de inhoud van je gedachten tot piekeren leidt, maar hoe je denkt over je gedachten. Bij een GAS (gegeneraliseerde angststoornis) heb je een bepaalde manier van denken die het piekeren versterkt.

    Er zijn vijf hoofdcomponenten van de metacognitieve therapie:

    1. Herkennen van niet-helpende gedachten: Dit gaat over het identificeren van gedachten (zoals het geloof dat piekeren nuttig is, of dat je je gedachten niet kunt beheersen) die je niet helpen.
    2. Bewustwording van het denkproces: Leren wanneer je piekert en wat de triggers kunnen zijn voor jouw piekergedrag.
    3. Veranderen van deze niet-helpende gedachten: Dit omvat technieken zoals cognitieve herstructurering, waarbij je leert deze niet-helpende gedachten uit te dagen en te veranderen.
    4. Ontwikkelen van alternatieve manieren om met stress om te gaan: Dit kan bijvoorbeeld gaan over het aanleren van ontspanningstechnieken, mindfulness, of andere strategieën om stress aan te pakken.
    5. Stoppen met piekeren: Dit omvat technieken zoals ‘gedachten stoppen’, waarbij je leert om een stopteken te gebruiken als je merkt dat je begint te piekeren.

    Cognitieve gedragstherapie is een van de meest effectieve behandelingen voor piekeren, en richt zich op het identificeren en veranderen van de ongezonde gedachten- en gedragspatronen die bijdragen aan het piekeren. Medicatie, zoals antidepressiva, kan ook worden gebruikt om de symptomen van angst en depressie te behandelen die samenhangen met een piekerstoornis. Mindfulness-based interventies helpen om het piekeren te verminderen en de emotionele reacties op het piekeren te reguleren.

    Kennisbank · Angst

    Wat is OCD?

    Dwanggedachten en dwanghandelingen: wat een obsessief-compulsieve stoornis is, en hoe CGT daarbij werkt.

    Dit stuk legt uit. Het stelt geen diagnose en het vervangt geen intake.

    De obsessief compulsieve stoornis (OCS) is beter bekend als OCD, de Engelse afkorting van Obsessive Compulsive Disorder. OCD is een soort angststoornis waarbij je last hebt van dwangmatige gedachten (obsessies) die leiden tot angst en bezorgdheid, door repetitieve handelingen (compulsies) probeer je de angst te verminderen.

    De obsessies kunnen angstaanjagend en onrealistisch zijn, terwijl de compulsies veel tijd in beslag nemen waardoor je belemmerd wordt in je dagelijks leven of je werk.

    Als je aan een obsessief compulsieve stoornis lijdt weet je dat je gedachten en gedrag irrationeel en overdreven zijn, maar je kan je er niet tegen verzetten. Vaak doe je er alles aan om het voor de buitenwereld te verbergen en soms heb je zelfs het gevoel dat je niet normaal of gek bent.

    OCD is goed te behandelen met gedragstherapie en medicatie.Joris Vivijs –

    Weet dat een dwangstoornis vaker voorkomt dan je denkt. Het is dan ook niets om je over te schamen. Belangrijk is dat je hulp zoekt, want een dwangstoornis gaat (bijna) nooit vanzelf over.

    Obsessies & Compulsies

    • Obsessies zijn onwillekeurige en dwangmatige gedachten, beelden of impulsen die beangstigend of verontrustend zijn. Bijvoorbeeld: angst voor besmetting, de neiging om alles op een bepaalde manier te ordenen, constante zorgen over fouten of vergissingen, opdringerige seksuele gedachten….
    • Compulsies zijn herhaalde handelingen of rituelen die worden uitgevoerd om angst of bezorgdheid te verminderen, maar in feite de angst alleen maar verergeren. Bijvoorbeeld: het constant controleren of de deur op slot is, handen wassen tot ze bloeden, het tellen van voorwerpen of stappen, het herhalen van woorden…

    Lees ook: De behandeling van obsessies met cognitieve therapie

    Een obsessief compulsieve stoornis is een vicieuze cirkel. Je dwanghandelingen staan vaak in direct verband met je gedachten. Door het uitvoeren van de dwanghandelingen probeer je namelijk datgene te voorkomen waar je zo bang voor bent. Daarbij komt ook nog dat je deze handelingen altijd volgens een vastgestelde patroon moet doen anders krijg je nog meer spanning en angst.

    Oorzaak van OCD

    De precieze oorzaken van een Obsessieve Compulsieve Stoornis (OCD) zijn nog niet helemaal ontdekt, maar er zijn een aantal factoren die een rol spelen:

    • Biologische factoren: er is aangetoond dat er veranderingen zijn in de hersenen van mensen met OCD, waaronder veranderingen in de communicatie tussen verschillende delen van de hersenen en veranderingen in de hoeveelheid van bepaalde chemische stoffen (neurotransmitters).
    • Genetische factoren: OCD lijkt in sommige gevallen genetisch bepaald te zijn, en er is een verhoogd risico op het ontwikkelen van een dwangstoornis als familieleden het ook hebben.
    • Psychologische factoren: bepaalde persoonlijkheidskenmerken, zoals perfectionisme en een sterke neiging tot piekeren, lijken bij te dragen aan de ontwikkeling van OCD.

    Wat wel zeker vaststaat is dat te veel stress en moeilijk kunnen omgaan met stress een negatief effect heeft op het ontstaan en in stand houden van OCS.

    De beste resultaten worden behaald door een combinatie van cognitieve gedragstherapie en medicatie.

    In de therapie richten we ons op het veranderen van de ongewenste gedachten en gedragingen. Via exposure en response preventie (ERP) leer je jezelf langzaam blootstellen aan de angstaanjagende situaties zonder te handelen volgens de dwangmatige rituelen.

    In samenspraak met je huisarts of psychiater bekijken we of er medicamenteuze ondersteuning nodig is. Vaak is dit een SSRI (selective serotonin reuptake inhibitor) omdat deze inwerkt op de neurotransmitters.

    Dieet- en leefstijlveranderingen: een gezonde leefstijl, waaronder voldoende slaap, beweging en gezonde voeding, helpt bij het verminderen van stress en angst en het verbeteren van de algehele gezondheid. We focussen daarom ook op enkele structurele veranderingen in je dagelijks leven

    Wat weten we nu over de obsessief compulsieve stoornis.

    • Gaat nooit vanzelf over.
    • Ontstaat door samengaan van biologische, genetische en psychologische factoren.
    • Is goed te behandelen met Cognitieve Gedragstherapie in combinatie met medicatie.

    3 Misvattingen over OCD

    Mensen met OCD moeten alles ordenen

    Vaak denken we dat iemand met een dwangstoornis alles perfect geordend wil hebben. Alle tassen met het oor in dezelfde richting, conserven met het etiket naar voor. Schoenen netjes op een rij van klein naar groot…
    Maar dit is slechts één van de uitingsvormen van een dwanghandeling. En hoewel het zeker voorkomt zijn er meer mensen met OCD die helemaal niet bezig zijn met dwangmatig ordenen.

    Iemand met OCD is constant alles aan het tellen

    Ook hier hebben we te maken met een stereotiep beeld. Als we denken aan een persoon met OCD zien we direct iemand die 10x de lichtschakelaar aan en uit moet doen of de sleutel in het slot 3x links en rechts moet draaien voordat hij de deur opendoet. Maar hoewel tellen vaak een dwanghandeling is om de angst te verlichten is het ook maar één uitingsvorm en zijn er daarnaast nog vele andere.

    Mensen met OCD hebben smetvrees

    Smetvrees is inderdaad een vorm van OCD, waar het dwangmatig hadden wassen of poetsen de bekendste voorbeelden van zijn. Maar niet iedereen die last heeft van een dwangstoornis heeft smetvrees. We zijn allemaal wel eens bezorgd over vuil of bacteriën, maar bij mensen met smetvrees gaat deze bezorgdheid verder en wordt het een obsessie die hun dagelijkse functioneren bijna onmogelijk maken.

    Leven met OCD

    Een obsessief-compulsieve stoornis is niet gewoon ‘vervelend’ of ‘eigenaardig’ maar een ernstige psychische aandoening die je leven helemaal kan beheersen. De dwanggedachten en -handelingen nemen soms zoveel tijd in beslag dat een normaal leven niet meer mogelijk is.

    Een dwangstoornis legt ook heel vaak druk op je relatie. Door het constant zoeken naar geruststelling of omdat je bepaalde dingen niet meer kan doen. Het is daarom belangrijk om hulp te zoeken en je te laten behandelen.

    Kennisbank · Depressie

    Wat is een depressie?

    Een depressie is meer dan een sombere dag. De klachten, en hoe een kortdurend traject daarop ingaat.

    Dit stuk legt uit. Het stelt geen diagnose en het vervangt geen intake.

    Een depressie is een stemmingsstoornis en de meest voorkomende psychische aandoening in de westerse wereld. Ongeveer 1 op 4 Vlamingen krijgt ooit in zijn leven met een depressie te maken. Onderzoek wijst uit dat vrouwen vaker met een depressie kampen dan mannen.

    We hebben allemaal wel eens last van een sombere bui of weinig zin om iets te ondernemen. Dit is volkomen normaal en deze gevoelens gaan meestal vanzelf weer over. Maar wanneer de sombere stemming en nergens meer plezier in hebben gedurende langere tijd aanhoudt kan je wel eens last hebben van een depressie.

    Over het algemeen spreken we van een depressie wanneer je langer dan twee weken heel somber bent of minder interesse en plezier hebt in dingen die je daarvoor wel graag deed.

    Een depressie wordt gekenmerkt door aanhoudende gevoelens van verdriet, hopeloosheid en gebrek aan interesse in het leven.

    Een depressie is meer dan een verdrietige gedachte, het is een donkere wolk die je geest verduistert en je vermogen om te zien wat mooi is verstoort.Joris Vivijs –

    Hoe voelt een depressie

    Een depressie voelt overweldigend. Het is alsof je in een donkere tunnel bent zonder licht aan het einde. Je bent altijd moe, zelfs na een lange nacht slaap. Alles wat je normaal gesproken leuk vindt of waar je van geniet, verliest zijn glans en je hebt geen interesse meer in de wereld om je heen.

    Je eetlust veranderd – je eet wellicht te veel of juist heel weinig. Hetzelfde geldt voor slapen; je kunt jezelf continu uitgeput voelen en toch worstelen om in slaap te vallen of te blijven, of je kunt juist veel meer slapen dan normaal.

    Je voelt je waardeloos, alsof je niets goed kunt doen, en je bent overweldigd door schuldgevoelens, zelfs voor dingen die je niet hebt veroorzaakt of niet kunt beheersen. Het lukt niet meer om je te concentreren en beslissingen nemen gaat al helemaal niet meer, waardoor zelfs de meest alledaagse taken een enorme uitdaging lijken.

    Het meest beangstigende zijn de donkere gedachten of zelfs denken aan zelfmoord. Het lijkt alsof deze gedachten niet van jou zijn en dat ze gewoon je hoofd binnenkomen. Het is belangrijk om te onthouden dat deze gevoelens tijdelijk zijn!

    Hoe lang duurt een depressie?

    Bij de grote meerderheid klaren de depressieve klachten op binnen de 3 maanden en binnen de 6 maanden is zo goed als iedereen hersteld. Maar bij sommige zware depressies kan de herstelperiode aanzienlijk langer zijn, vaak twee jaar of meer. Het is dan ook belangrijk om tijdig professionele hulp te zoeken.

    Lees ook: Depressie – Gezondheid en Wetenschap

    Hoe ontstaat een depressie?

    • Biologische factoren: Erfelijkheid of genetische voorbestemdheid spelen de voornaamste rol in de biologische oorzaken van depressie. Het is opmerkelijk dat depressie in sommige families vaker voorkomt dan in andere. Vrouwen hebben twee keer meer kans om een depressie te krijgen dan mannen. Andere biologische elementen die mogelijk bijdragen zijn stress, hormonale disbalans of een haperend immuunsysteem. Daarnaast kan het gebruik van bepaalde medicijnen, alcohol en drugs ook een depressie in de hand werken.
    • Psychische factoren: Sommige persoonlijkheidskenmerken of karaktertrekken, zoals faalangst, weinig zelfvertrouwen, een laag zelfbeeld en moeite om steun te vragen kunnen het risico op depressie vergroten. Maar vaak zijn er geen direct aanwijsbare oorzaken. Daarom dat je je met een depressie zo onbegrepen en alleen voelt.
    • Sociale factoren: Ingrijpende gebeurtenissen zoals een overlijden of het verlies van je job kunnen leiden tot langdurige gevoelens van somberheid. Maar ook traumatische ervaringen in het verleden, zoals misbruik, kunnen veel later uitmonden in een depressie. Soms sluipt een depressie erin omdat je al zo lang eenzaam bent of geen sociaal vangnet kent.

    Meestal ontstaat een depressie door het samengaan van verschillende factoren.

    Hoe weet je of je een depressie hebt: criteria

    Om te spreken over een depressie moet je minstens 2 weken last hebben van een sombere stemming of een totaal verlies aan interesse. Je beleeft geen plezier meer aan de dingen die je daarvoor wel graag deed.

    Daarnaast heb je minstens nog 4 van de onderstaande symptomen:

    • Je eetpatroon veranderd, er komt veel gewicht bij of je valt hard af
    • Je hebt slaapproblemen, niet/slecht kunnen slapen of juist te veel slapen
    • Alles gaat traag en moeizaam of je bent heel opgejaagd en rusteloos.
    • Vermoeidheid, geen fut, gebrek aan energie
    • Je voelt je waardeloos en hebt veel schuldgevoelens
    • Je hebt moeite met nadenken of je te concentreren en bent besluiteloos.
    • Je hebt donkere gedachten, denkt aan zelfdoding of hebt het gevoel dat het beter is als je er niet meer bent

    Behandeling van een depressie

    Het aantal symptomen dat er zijn en de klachten die ze veroorzaken bepaalt hoe zwaar een depressie is. De behandeling wordt afgestemd op de ernst ervan.

    • Milde depressie: je hebt depressieve gevoelens, maar ze zijn niet zo erg dat ze je leven beheersen. Door zelf wat moeite te doen en met de hulp van vrienden of familie lukt het je om eruit te komen. Een lichte depressie gaat meestal vanzelf over.
    • Matige depressie: de klachten een stuk ernstiger en ze hebben een invloed op je dagelijks leven. Je hebt moeite om te werken of naar school te gaan. Je voelt je ook steeds sneller achteruitgaan.
    • Ernstige depressie: je hebt last van bijna alle symptomen en de klachten zijn heel erg. Je leven wordt er helemaal door beheerst en je bent niet meer in staat om de normale dagdagelijkse dingen te doen. De donkere gedachten zijn heel aanwezig.

    Bij de milde en matige depressie wordt (bijna) nooit medicatie voorgeschreven. Onderzoek wijst uit dat therapie veel beter werkt. De Cognitieve Gedragstherapie (CGT) is wetenschappelijk bewezen de beste methode.
    Bij een ernstige depressie is medicamenteuze ondersteuning met een antideprssivum (SSRI) wel noodzakelijk naast de CGT.

    Bij het aanpakken van je depressie krijg je een scala aan verschillende strategieën. Allereerst is er de psycho-educatie, waarbij je informatie krijgt over de aard van je depressie, verloop van de behandelingsmethode en de effectiviteit ervan. Daarna stellen we samen haalbare doelen en maak je een stappenplan om te focussen op de toekomst.

    Je zult ook leren jezelf te monitoren. Dit betekent dat je je stemming, activiteiten en gedachten opschrijft om patronen te ontdekken die samenvallen met je depressieve stemming. Je wordt gestimuleerd om meer plezierige activiteiten te ondernemen, een strategie die bekend staat als activering.

    Daarnaast werken we aan het verbeteren van je sociale vaardigheden en leer je ontspanningstechnieken die je helpen om stress te verminderen.

    Je werkt aan het vergroten van je zelfvertrouwen en zelfbeeld. We oefenen ook op communicatievaardigheden, wat je kan helpen om je gevoelens en behoeften effectiever over te brengen.

    Een van de belangrijkste strategieën is cognitieve herstructurering. Dit betekent dat je leert om onrealistische negatieve gedachten over jezelf, anderen en gebeurtenissen op te sporen en te veranderen. Tot slot leer je probleemoplossende vaardigheden, inclusief technieken om problemen op te lossen en logisch redeneren, wat je helpt om toekomstige uitdagingen beter aan te gaan.

    Kennisbank · Burn-out

    Wat is een burn-out?

    Uitputting, afstand en het gevoel dat niets nog lukt. De symptomen van een burn-out.

    Dit stuk legt uit. Het stelt geen diagnose en het vervangt geen intake.

    500.000 Belgen hebben burn-out klachten en vorig jaar zaten 112.000 mensen langer dan een jaar thuis met een burn-out of depressie. Een stijging van 40% op 4 jaar tijd. Een burn-out wordt veroorzaakt door een onevenwicht tussen hoge eisen op het werk en te weinig hulpbronnen om hiermee om te gaan. Privéproblemen en bepaalde karaktertrekken verhogen het risico op burn-out ook nog eens.

    Een burn-out is een energiestoornis. Het is een werk-gerelateerde aandoening. Dit wil zeggen dat het werk niet de enige oorzaak is, maar wel een belangrijke factor. Je bent zowel fysiek als mentaal volledig uitgeput en je bent cynisch ten opzichte van je werk. Vaak heb je het gevoel dat je niet meer kan presteren.

    Burnout is not just a state of exhaustion, but a state of cynicism, detachment, and a loss of meaning and purpose.Christina Maslach

    Een belangrijk 3-jarig onderzoek rond burn-out werd uitgevoerd door de KU Leuven en bracht enkele nieuwe inzichten net als een nieuwe test om burn-outklachten te meten. De BAT (Burnout Assessment Tool)
    Citatie: Schaufeli, W.B., De Witte, H. & Desart, S. (2020).

    Symptomen van Burn-out

    Uit het onderzoek van Schaufeli, W.B., De Witte, H. & Desart, S. (2020) blijkt dat een burn-out vier kernsymptomen heeft:

    1. Uitputting: dit omvat fysieke, emotionele en mentale vermoeidheid die gepaard gaat met gevoelens van uitgeput zijn en energieloosheid.
    2. Emotionele ontregeling: dit omvat gevoelens van emotionele afstand en gebrek aan emotionele betrokkenheid. Daarnaast zijn er heftige emotionele reacties, zoals woede, angst of huilbuien waarop men geen greep heeft. De tolerantiegrens is laag en men voelt zich snel gefrustreerd en geïrriteerd, waardoor men extra heftig reageert.
    3. Cognitieve ontregeling: dit omvat problemen met concentratie, beslissingsvermogen, geheugen en andere cognitieve functies. Helder nadenken is moeilijk evenals nieuwe dingen leren, men is vergeetachtig, mentaal afwezig en maakt meer fouten.
    4. Mentale distantie: dit omvat een gevoel van afstand en onthechting van werk en andere verantwoordelijkheden, evenals een gebrek aan persoonlijke bevrediging en zin in het leven. Kenmerkend voor mentale distantie is een onverschillige en cynische houding. Men kan weinig of geen enthousiasme en interesse meer voor het werk opbrengen en functioneert grotendeels op de automatische piloot.

    Naast deze 4 kernsymptomen zijn er nog 3 secundaire symptomen:

    1. Psychische spanningsklachten: dit zijn niet-lichamelijke klachten die het gevolg zijn van een psychologisch probleem, zoals slecht slapen, piekeren en zich gespannen en opgejaagd voelen.
    2. Psychosomatische klachten: dat zijn lichamelijke klachten die niet of onvoldoende verklaard kunnen worden door een lichamelijke aandoening, maar verergeren door of het gevolg zijn van een psychologisch probleem. Het gaat daarbij met name om hart-, maag-, darm-, en pijnklachten.
    3. Depressieve gevoelens: deze hebben betrekking op een sombere, terneergeslagen en gedrukte stemming en het onvermogen om plezier te ervaren. Men voelt zich machteloos, heeft last van schuldgevoelens en is teleurgesteld in zichzelf. Voor de duidelijkheid; het hebben van depressieve gevoelens staat niet gelijk met een depressie.

    Hoe ontstaat een burn-out?

    Het ontstaan van een burn-out is een multifactorieel proces. Met andere woorden er is niet één oorzaak maar een aantal dingen die elkaar versterken en een vicieuze cirkel veroorzaken.

    • Door een langdurige overbelasting op het werk, vaak gepaard met een persoonlijke kwetsbaarheid of privéproblemen ontstaat een cognitieve en emotionele ontregeling.
    • Het verlies van controle (emotioneel/cognitief) en de uitputting tasten het handelingsvermogen aan, wat een negatieve houding en gedrag veroorzaakt, zoals afstand nemen van het werk en andere verantwoordelijkheden. Dit beschermingsmechanisme werkt echter averechts en leidt tot nog meer stress en vermoeidheid.
    • Dit alles veroorzaakt een depressieve stemming met psychische en/of fysieke spanningsklachten. Het is belangrijk om te benadrukken dat deze depressieve stemming niet hetzelfde is als een depressie, maar eerder een normale reactie op het verlies van controle en teleurstelling.

    De behandeling van burn-out

    Zoals gezegd is een burn-out een energiestoornis waarvan mentale en fysieke uitputting het kernsymptoom is. De behandeling van een burn-out bestaat uit drie delen. Enerzijds het herstellen van de vermoeidheid, anderzijds het aanleren van vaardigheden om niet meer over je grenzen te gaan en tot slot het betrekken van sociale steun.

    1. Actieve recuperatie: Actieve recuperatie in een psychologische context is een holistische benadering die gericht is op het verbeteren van de fysieke, mentale en emotionele gezondheid. Zoals gedragstherapie, mindfulness, meditatie, lichaamsbeweging en ontspanningsoefeningen. We maken samen een plan op om dit structureel toe te passen.
    2. Vaardigheidstraining: het leren herkennen van negatieve gedachten en gevoelens en het ontwikkelen van nieuwe manieren om hiermee om te gaan. Bijvoorbeeld het ombuigen van negatieve gedachten naar positieve of neutrale gedachten. Je leert omgaan met stress door het veranderen van bepaalde gewoonten en gedragingen die hebben bijgedragen aan de burn-out.
    3. Betrekken van sociale steun: het opbouwen van sociale steun en het versterken van relaties met familie, vrienden en collega’s helpt om stress en gevoelens van isolatie en eenzaamheid te verminderen. Je leert hoe je dit best aanpakt

    Wat weten we nu over burn-out?

    • Het is een energiestoornis.
    • Ontstaat door een langdurige overbelasting op het werk.
    • De behandeling bestaat uit drie delen

    Kennisbank · Cognitieve gedragstherapie

    Cognitieve gedragstherapie

    Waarom CGT op het heden werkt, kortdurend is, en wat je tussen de sessies zelf oefent.

    Dit stuk legt uit. Het stelt geen diagnose en het vervangt geen intake.

    Van alle therapievormen is CGT of Cognitieve Gedragstherapie de meest onderzochte en degene met de beste resultaten.

    Eén van de voornaamste redenen waarom CGT zo effectief is, is omdat het direct focust op het ‘hier en nu’. In plaats van te graven in je verleden, concentreert CGT zich op het identificeren en veranderen van destructieve of verstorende denkpatronen die je gedrag en emoties in het heden beïnvloeden.

    CGT is sterk gestructureerd en doelgericht, wat betekent dat je duidelijke doelstellingen en mijlpalen zult hebben tijdens je behandeltraject. Het is een kortdurend proces, met een duidelijk begin- en eindpunt en een gerichte strategie om je daar te brengen.

    Cognitieve gedragstherapie is de brug tussen probleem en oplossing; het is de sleutel die de deur opent naar een gezonder denkproces en een gelukkiger leven.Joris Vivijs –

    Bovendien krijg je bij CGT vaak ‘huiswerkopdrachten’ om tussen de sessies door aan te werken. Dit zorgt ervoor dat de vaardigheden en strategieën die je leert tijdens je therapie ook in je dagelijks leven worden toegepast. Het betekent dat je actief betrokken bent bij je eigen herstelproces en dat je de vaardigheden die je opdoet in je eigen tempo en op je eigen manier kunt oefenen.

    Ten slotte is CGT een zeer flexibele therapie die kan worden aangepast aan een breed scala aan individuele behoeften en situaties. Of je nu worstelt met angst, depressie, stress, een eetstoornis, of andere psychische problemen, CGT kan worden aangepast om je specifiek te helpen met jouw probleem.

    Hoe lang duurt Cognitieve Gedragstherapie?

    CGT is over het algemeen een vorm van kortdurende therapie, tussen de 10 à 20 sessies. Bij sommige mensen kunnen problemen binnen een paar sessies worden aangepakt, terwijl anderen mogelijk iets meer tijd nodig hebben.

    Het doel van CGT is om jou de vaardigheden en strategieën te geven die nodig zijn om je problemen zelf aan te pakken. Het succes en de duur van de behandeling hangt in grote mate af van je eigen inzet om de technieken in je dagelijks leven toe te passen.

    De drie pijlers van Cognitieve Gedragstherapie (CGT)

    Cognitieve Gedragstherapie (CGT) is gebaseerd op de interactie tussen drie belangrijke componenten: gedachten, gevoelens en gedrag.

    1. Gedachten: Hoe we denken beïnvloedt hoe we ons voelen. CGT helpt je om negatieve of onproductieve gedachtepatronen te identificeren die leiden tot negatieve gevoelens of gedrag. Je leert ook hoe je deze negatieve gedachten kunt uitdagen en vervangen door meer positieve, realistische gedachten.
    2. Gevoelens: Hoe we ons voelen beïnvloedt hoe we denken en handelen. In CGT leer je strategieën om beter met negatieve of overweldigende emoties om te gaan, zoals angst, depressie of woede.
    3. Gedrag: Hoe we handelen beïnvloedt hoe we denken en ons voelen. CGT helpt je om te herkennen hoe negatief gedrag (zoals het vermijden van situaties uit angst) kan leiden tot negatieve gedachten en gevoelens. Je leert ook strategieën om dit gedrag te veranderen.

    Binnen CGT werken deze drie componenten samen. Veranderingen in één component (bijvoorbeeld het uitdagen en veranderen van negatieve gedachten) kunnen leiden tot veranderingen in de andere componenten (bijvoorbeeld verminderde negatieve gevoelens en verbeterd gedrag). Deze geïntegreerde aanpak is een van de redenen waarom CGT zo effectief is voor veel verschillende soorten problemen.

    Heel vaak blijkt deze methode een beter effect te geven dan medicijnen, vooral op de langere termijn.

    Het 5-G schema

    Het 5G-model is een methode die we gebruiken om je gedachten en gedrag te ordenen. Het helpt je om een diepgaander inzicht te krijgen in hoe specifieke gebeurtenissen je gedrag beïnvloeden. Zo brengen we patronen, schema’s en disfunctioneel gedrag in kaart. Hierdoor wordt het makkelijk om je gedrag bij te sturen en beter te functioneren.

    Gedachten zijn je ideeën, meningen en overtuigingen over jezelf en de wereld om je heen. Ze kunnen positief, neutraal en negatief zijn en hebben invloed op hoe je een situatie ervaart en hoe je je voelt. We delen gedachten op in twee types:

    • Niet-helpende gedachten zoals “Ik kan dit niet”, “Het ging de vorige keer ook al fout”, “Ik doe het altijd verkeerd”, “Ik heb er geen vertrouwen in dat…”
    • Helpende gedachten zoals “Ik wil het, dus ik doe het”, “Ik mag hulp vragen”, “Het is niet erg om iets niet te kunnen”, “Ik vertrouw erop dat…”

    Als je je bewust bent van die gedachten, kun je ervoor kiezen om ze te veranderen. Om negatieve gedachtepatronen te tackelen en om te zetten in helpende gedachten.

    Helpende gedachten zijn positief en realistisch.

    Daarom is het gebruik van het 5G-schema in combinatie met helpende en niet-helpende gedachten een essentieel instrument voor het ontwikkelen van een positief gevoel. Door het schema herhaaldelijk toe te passen, steeds vanuit een ander perspectief, leer je om bewust controle te nemen over je gedachten, zo je gedrag te sturen en je gevoel te verbeteren.

    Wat weten we nu over Cognitieve Gedragstherapie

    • Evidence-based
    • Kortdurend
    • Focus op het heden
    Scroll naar boven